Nieuws archief

Nieuws archief

Koning brengt digitaal werkbezoek aan jongeren en professionals die hen ondersteunen in coronatijd

15 april 2021

15 april 2021

Zijne Majesteit de Koning bracht vanmiddag een digitaal werkbezoek aan vier organisaties die jongeren ondersteunen in Den Haag en omstreken.  Centraal hierbij stond jongerenwelzijn in coronatijd.

De Koning ging in gesprek met jongeren en met medewerkers en vrijwilligers die hen ondersteunen.  Deze professionals en vrijwilligers hebben elk hun eigen expertise en manier van werken. 

Zo sprak Koning Willem-Alexander met jongerenwerkers van Zebra Welzijn over de aspecten van het reguliere jongerenwerk en over projecten en activiteiten die in deze tijd voor jongeren worden opgezet. Ook vertelde een schulddienstverlener van het Jongeren Informatie Punt (JIP) over de impact van corona op de situatie van jongeren en een begeleider van Loket voor Jonge Moeders over hoe de pandemie hun werkzaamheden beïnvloedt. Vervolgens sprak de Koning met een consulent en vrijwilliger van VTV Thuismaatjes. Bij VTV  kunnen mensen met een beperking met een ‘maatje op maat’ activiteiten  ondernemen. Afsluitend sprak Koning Willem-Alexander met betrokkenen van Restaurant Parkoers, dat als leerwerktraject voortijdige schoolverlaters en jongeren met een beperking opleidt en hen begeleidt naar een vervolgstudie of een zelfstandige werkplek. 

Bij elk onderdeel van het gesprek was ook een jongere aanwezig.  Zij vertelden pakkend over hun ervaringen in deze moeilijke tijd en wat de ondersteuning die ze krijgen voor hen betekent.  Deze getuigenissen maakten veel indruk.  Koning Willem-Alexander was dankbaar dat deze jongeren zo open over de impact van corona op hun leven wilden vertellen.  Ook sprak hij zijn waardering uit voor de professionals en vrijwilligers die nu des te meer betekenen voor jongeren die een steuntje in de rug nodig hebben.

Dit werd onderschreven door wethouder Jeugd in Den Haag, Kavita Parbhudayal: “Voor veel jongeren in de stad zijn het zware tijden. School, werk, sport, tijd met vrienden: alles loopt anders. De impact van de coronamaatregelen op het sociale leven en de mentale gezondheid van jongeren is groot. Met een omvangrijke ondersteuningsaanpak draagt het stadsbestuur samen met talrijke organisaties bij aan het versterken van de mentale weerbaarheid van jongeren en stimuleren wij hun participatie”.

De jongeren vonden het heel bijzonder om hun verhaal te kunnen vertellen aan ons staatshoofd.  Daan de Bruijn: “Ik vond het een grote eer om met de koning te praten en VTV Thuismaatjes voor te kunnen stellen. We hebben gesproken over hoe ik de coronatijd ervaar en wat mijn maatje Thomas voor mij betekent”

Uit alle gesprekken bleek de impact die de coronapandemie heeft op het dagelijkse leven van jongeren. Op de leeftijd waarop normaal gezien vooral kansen moeten worden geboden en ontwikkeling mogelijk gemaakt, zijn nu veel dagelijkse dingen buiten handbereik.  Iedere jongere gaat hier anders mee om.  Vaak blijkt ondersteuning op maat een groot verschil te maken voor hoe ze deze tijd beleven.

Over Zebra, JIP, VTV en Parkoers

Zebra Welzijn
Zebra Welzijn is actief in het Haagse stadsdeel Centrum, waar de wijken Schilderswijk en Transvaal onder vallen. Het team van gedreven professionals - en een groot aantal vrijwilligers - ondersteunt bewoners van jong tot oud die het op eigen kracht (even) niet meer redden. Zebra werkt samen met partners in de wijk, het onderwijs, zorg, bewonersorganisaties en de gemeente.  Samen ondersteunen ze inwoners om hun talenten en mogelijkheden te benutten en uitdagingen aan te gaan binnen en met hun sociale netwerk.

JIP Haaglanden
Het Jongeren Informatie Punt (JIP) biedt gratis en anoniem informatie, advies en ondersteuning aan jongeren tussen de 12 en 27 jaar. Het is haar missie om jongeren te ondersteunen bij hun ontplooiing en zelfredzaamheid. Dit doen zij door enerzijds informatie toegankelijk te maken voor en ter beschikking te stellen aan jongeren en anderzijds door het stimuleren en het faciliteren van de participatie van jongeren in de samenleving, in hun eigen leefomgeving en binnen het JIP. JIP is onderdeel van Xtra Plus.

VTV
VTV, Vrijetijdsbesteding, Thuismaatjes en Vormingsactiviteiten, biedt mensen met een beperking diverse groepsactiviteiten in de regio’s Delft, Leiden en Den Haag. Daarnaast biedt zij 1 op 1 sportbegeleiding met de Beweegcoach en Maatjes op Maat via Thuismaatjes. Mensen met een beperking willen meedoen in de maatschappij, maar varen wel bij structuur en veiligheid. Samen met een thuismaatje vinden ze het fijn om thuis iets te doen of om er op uit te gaan. Thuismaatjes van VTV koppelt vrijwillige maatjes aan mensen met een hulpvraag of aan gezinnen met een kind met een beperking. Een maatje zorgt ervoor dat zij, net als iedereen, aan het gewone leven kunnen deelnemen, een vertrouwensband kunnen opbouwen en hun sociaal netwerk uitbreiden. VTV wordt ondersteund door Stichting MEE Zuid-Holland Noord (MEE ZHN).

Parkoers
Parkoers is een bijzondere horecalocatie in het Zuiderpark. Hier worden leerwerktrajecten geboden aan jongeren met een beperking en aan voortijdig schoolverlaters. In nauwe samenwerking met ROC Mondriaan worden jongeren begeleid naar een vervolgstudie of een zelfstandige plek op de arbeidsmarkt. Parkoers is een project van MEE ZHN.

       

 

Burgemeester Van Zanen op bezoek bij JongLeren!

13 april 2021

Op 1 april jl. (en het is echt waar!) mocht JongLeren (ondersteund door Xtra) op peuterleerplek Schuitje Varen burgemeester van Zanen verwelkomen.
Na een warm onthaal van de peuters (die allemaal een zelfgemaakte ambtsketen omhadden) nam de burgemeester plaats in de kring en las hij vol overgave voor uit het prentenboek ‘Coco kan het’. Door zijn brede bewegingen, verschillende stemmetjes en af en toe een grapje, hingen de kinderen aan zijn lippen en luisterden ze aandachtig.
Burgemeester Van Zanen was erg geïnteresseerd in hoe de Pedagogisch Medewerkers deze tijd beleefden en liet duidelijk blijken dat hij respect had voor het werk dat neergezet is in het afgelopen jaar.

Item op Den Haag FM
Den Haag FM heeft een leuk item gemaakt over het bezoek van burgemeester van Zanen aan onze peuterleerplek Schuitje Varen vorige week.

 

Koning brengt digitaal werkbezoek aan het Vadercentrum in Laak

04 februari 2021

Koning Willem-Alexander heeft vanmiddag een digitaal werkbezoek gebracht aan het Vadercentrum ADAM.  De impact van die coronacrisis en de maatregelen op bezoekers, medewerkers en vrijwilligers stond centraal bij het gesprek.

De koning ging in gesprek met de drijvende kracht achter het vadercentrum, Bilal Sahin, en een aantal vrijwilligers.  Daarbij kreeg hij ook een digitale impressie van een aantal onderdelen van het vadercentrum.  

Bilal Sahin: “Al twintig jaar zetten tientallen vrijwilligers zich in om samen met de vaders uit de buurt de wijk een stukje mooier te maken.  Het betekent veel voor ons dat de Koning met zoveel oprechte interesse kwam kijken naar wat hier gebeurt.”

De koning werd rondgeleid langs de werkplaats, het atelier en de weggeefwinkel.   In de werkplaats vertelden betrokken vrijwilligers over de activiteiten die hier plaatsvinden; van cursussen lassen (in samenwerking met HTM) en houtbewerking over fietsen herstellen tot haren knippen.  In het atelier vertelden vier vrijwilligers onder andere dat er nu mondkapjes worden genaaid in plaats van de cursussen kleermaken die er normaal plaatsvinden. Er zijn al 60.000 mondkapjes geproduceerd voor minder kapitaalkrachtige inwoners en zorgmedewerkers.  Ook de weggeefwinkel is  - op afspraak -open gebleven voor inwoners die het nodig hebben.  Twee vrijwilligers vertelden over de opzet ervan en de rol in de wijk.

Koning Willem-Alexander sprak zijn waardering uit voor het werk van de vrijwilligers. Hij vond het indrukwekkend dat zoveel mensen zich elke dag inzetten voor elkaar en hun buurt.

Het vadercentrum drijft op de enthousiaste inzet van tientallen vrijwilligers en zij kregen dan ook alle aandacht tijdens het bezoek.  Ook Haags Wethouder  welzijn, Martijn Balster, sprak zijn waardering uit voor hun inzet na afloop van het bezoek waar hij bij aanwezig was.

Martijn Balster: “Initiatieven als het vadercentrum zijn ontzettend belangrijk voor deze stad. Alle hulde aan deze vrijwilligers die zorgen voor ondersteuning voor inwoners en verbinding in de wijk.  In deze coronatijd wordt het belang van een vangnet voor veel inwoners nog duidelijker dan ooit.”


Vadercentrum ADAM
In 2004 bracht de Koning, toen nog prins, ook een bezoek aan het Vadercentrum. Sindsdien is er veel veranderd maar de basisfilosofie is dezelfde gebleven.  Die basisfilosofie is dat het welzijn en de bijhorende integratie en emancipatie van vaders een grote impact hebben op hun hele gezin. Daarom worden er praktische cursussen geboden zoals lassen of kleermaken, is er een  fietsenmaker aan de slag, is er een repair café gevestigd en loopt er al heel lang een buurtvaderproject.  Daarnaast is er ook een weggeefwinkel en een uitgiftepunt van de voedselbank  gevestigd.

Tijdens de coronatijd zijn de vrijwilligers van het vadercentrum op zoek gegaan naar nieuwe manieren om mensen te bereiken en een meerwaarde te bieden aan wijk en stad. Zo zijn er telefooncirkels gestart met zo’n 250 deelnemers en 20 groepen, is de weggeefwinkel op afspraak open gebleven en wordt er gewerkt aan 100.000 mondkapjes.

Het vadercentrum is één van de projecten van Mooi Welzijn.  Mooi Welzijn wordt ondersteund door Stichting Xtra.  

 

Xtra behaalt het NOV-Keurmerk voor vrijwilligerswerk in Den Haag!

21 januari 2021

Met trots vertellen we dat Xtra het NOV-Keurmerk 'Goed Geregeld' heeft behaald voor haar organisatie onderdeel vrijwilligerswerk in Den Haag. Dit resultaat is behaald na een lang en intensief voorbereidingstraject waarin onze vrijwilligersraden met ondersteuning van medewerkers aan de slag zijn gegaan. Zij organiseerden een enquête onder de Xtra vrijwilligers. Ook vulden zij de zelfevaluatie in die onderdeel is van het traject 'Goed Geregeld' van het NOV. 
Eindgesprekken vonden plaats met vrijwilligers uit stadsdeel Centrum, Laak en Haagse Hout/Leidschenveen-Ypenburg. Natuurlijk zijn wij enorm blij met dit mooie eindresultaat! Namens Xtra bedanken wij iedereen die eraan bij heeft gedragen om tot dit mooie resultaat te komen.  

Wat houdt het keurmerk 'Goed Geregeld' in?

Het keurmerk 'Goed Geregeld' is een landelijke kwaliteitsonderscheiding die wordt toegekend aan vrijwilligersorganisaties en maatschappelijke instellingen die met hun vrijwilligersbeleid voldoen aan de gestelde kwaliteitscriteria van NOV (Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk).

Met de kwaliteitsonderscheiding wil NOV vrijwilligersorganisaties stimuleren toe te werken naar een bepaald kwaliteitsniveau en ze daarvoor vervolgens publieke erkenning bieden. Organisaties die de onderscheiding krijgen, kunnen op een objectieve manier laten zien dat zij het vrijwilligerswerk succesvol en aantrekkelijk hebben georganiseerd. Vrijwilligers weten dat ze binnen die organisaties kunnen rekenen op voldoende mogelijkheden om zich met succes in te zetten.

Project #Taboe doorbreekt de stilte

24 november 2020

Eergerelateerd geweld, uithuwelijking, huiselijk geweld, achterlating… Verborgen leed waar niemand graag over praat. Het project #Taboe doet dat juist wél. “Alleen door het bespreekbaar te maken, kun je mensen op andere gedachten brengen”, zegt vrijwilliger Moska Maqsoodi op de Internationale dag tegen Vrouwengeweld.

Moska is blij dat er een dag bestaat waarop de wereld stilstaat bij geweld tegen vrouwen. Maar wat haar betreft mogen we er elke dag bij stilstaan. Als vrijwilliger bij het project #Taboe van Mooi welzijn (onderdeel Xtra) onder begeleiding van projectleider Garip Özcan helpt ze vrouwen die het huis niet uit mogen, die worden uitgehuwelijkt, die te maken hebben met seksueel en huiselijk geweld en kinderen die in het land van herkomst worden achtergelaten. En ook zaken als eerwraak om de familie-eer te redden.

Het zijn gevoelige onderwerpen die spelen binnen conservatief-traditionele gezinnen uit de Turkse, Koerdische, Iraakse, Iraanse, Syrische, Marokkaanse, Afghaanse, Somalische en Hindoestaanse gemeenschap. Niemand praat er graag over en soms wordt zelfs het bestaan ervan ontkend. Maar #Taboe maakt het wel bespreekbaar en probeert op die manier escalatie te voorkomen.

Verborgen leed
“Er is zoveel verborgen leed; de verhalen wennen nooit”, zegt Moska die in 2001 vanuit Afghanistan naar Nederland kwam. “Ik ken niemand die geen eer heeft, maar sommigen hebben er alles voor over om de familie-eer te redden en hoog te houden. #Taboe doet er alles aan om dat te voorkomen en dat is elke dag hard werken. Het is pittig, maar dat weegt niet op tegen het grotere belang om mensen andere standpunten te laten zien.”

Moska is een van de achttien vrijwilligers van #Taboe. Allen hebben hun wortels in en kennis van de etnische gemeenschap; ze zijn sleutelfiguren en de ogen en oren zijn van de gemeenschap. Moska is dat voor de Afghaanse gemeenschap in Den Haag. Ze organiseert huiskamer- en voorlichtingsbijeenkomsten en probeert de dialoog op gang te brengen. Na afloop hoort ze verhalen aan, verwijst mensen door naar hulpinstanties en geeft de bijbehorende telefoonnummers.

“Veel vrouwen denken dat geweld door hun man, vader of broer erbij hoort. Ik maak duidelijk dat het niet normaal is en dat dit niet zo hoort. Ik probeer mensen – ook de mannen - op andere gedachten te brengen door te vertellen dat het ook anders kan. Die houden soms krampachtig vast aan geweld en tradities uit angst voor het onbekende. Ze denken negatief over de westerse maatschappij, zijn bang dat ze respect verliezen van hun vrouw en kinderen en dat er over ze wordt geroddeld.”

Eigen wil
Volgens Moska is haar vrijwilligerswerk mentaal zwaar. Niet alleen het leed waarover ze hoort, ook de overtuigingskracht vraagt energie. “Mensen zeggen: waar bemoei jij je mee? Ik leg uit dat iedereen mag leven zoals hij/zij wil. Tradities zijn mooi, maar ze mogen de individuele ontwikkeling van kinderen en hun aansluiting bij onze hedendaagse Nederlandse maatschappij niet in de weg staan. Zodra ze dat wel doen, zullen we er anders over moeten gaan denken.”

#Taboe wil de groep bereiken door bij het individu te beginnen. Moska: “Elk persoon is uniek en heeft een eigen wil. Een ander mag jouw leven niet voor jou bepalen. Als je individuele gedachten kunt veranderen, zal zich dat als een olievlek over de groep verspreiden; mensen delen nu eenmaal ervaringen met elkaar. Zelfs de mensen die zich vastpinnen op tradities zet ik aan het denken. Ik plant een zaadje die misschien niet meteen tot bloei komt, maar die wel een klein begin kan zijn van een andere zienswijze.”

Het project is te vinden op Facebook 
https://www.facebook.com/Hashtagtaboe

 

#Taboe is de opvolger van het project ‘Van huis uit’ en heeft twee prijzen gekregen: ‘Good practica van ministerie van VWS en De Kartiniprijs. Ook genomineerd bij Eenheid is kracht. #Taboe werkt al meer dan tien jaar in Haagse wijken en buurten met een team van vertrouwenspersonen, vaak sleutelfiguren uit de gemeenschap. #Taboe is neutraal, onafhankelijk en onpartijdig.

 

 

Xtra maakt gebruik van VR in de ondersteuning van ouderen

16 november 2020


Afgelopen zaterdag in Nieuwsuur op NPO 1: Virtual reality in de gezondheidszorg.
Xtra en haar welzijnorganisaties Mooi, Voor en Zebra welzijn maken gebruik van VR in de ondersteuning van ouderen die te kampen hebben met eenzaamheid of regieverlies. 

Een waardevol samenwerkingsproject met EldersVR en ingezet bij Saffier. 

Kijk vanaf 22:08.
https://www.npostart.nl/nieuwsuur/14-11-2020/VPWON_1310974

Xtra verwelkomt conclusies NSOB en omarmt aanbevelingen

29 oktober 2020


De Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) concludeert dat er geen sprake is van misstanden bij welzijnsorganisatie Xtra. Daarnaast doen de onderzoekers aanbevelingen om de samenwerking met de gemeente Den Haag te verbeteren en de onderlinge verhoudingen te verhelderen. 
Deze conclusies en aanbevelingen staan in het rapport dat de NSOB in opdracht van de gemeente Den Haag opstelde over het functioneren van Xtra. Xtra is de koepel waar welzijnsorganisaties Mooi, Voor en Zebra onder vallen. Dit rapport is vandaag naar de Haagse gemeenteraad gestuurd. Xtra verwelkomt de conclusies en gaat met de aanbevelingen aan de slag.

Het bestuur van Xtra is blij dat dankzij deze conclusies een bladzijde kan worden omgeslagen en de blik weer op de toekomst gericht kan worden. Bij het bouwen aan die toekomst zullen de heldere aanbevelingen van de NSOB gevolgd worden.

 
Aanbevelingen
De belangrijkste aanbeveling van de NSOB is gericht op het verhelderen van de verhoudingen tussen de welzijnsorganisaties en de gemeente en het verbeteren van de samenwerking met partners. Binnen Xtra wordt (h)erkend dat er ruimte is voor verbetering op dit vlak. 

Xtra werkt dan ook al geruime tijd aan initiatieven die daartoe moeten bijdragen. Zo worden zowel de structuur van de dienstverlening als de merkenstructuur tegen het licht gehouden vanuit de vraag van inwoners en opdrachtgever. Naar aanleiding van het rapport zullen extra stappen gezet worden om structureel in gesprek te gaan met samenwerkingspartners. Ook wordt geïnventariseerd of bepaalde functies anders ingevuld moeten worden om optimaal aan de verwachtingen van samenwerkingspartners en werknemers te voldoen.

Aanvullend op de interne maatregelen, gaat Xtra het gesprek aan met de gemeente over hoe de verhoudingen in overleg verhelderd kunnen worden. Voorzitter van de Raad van Bestuur van Xtra, Eric Lemstra: “De gemeente en Xtra hebben hetzelfde doel en dat is de ondersteuning van kwetsbare inwoners zo goed mogelijk regelen. In deze moeilijke coronatijden hebben inwoners meer dan ooit behoefte aan ondersteuning en hulp. Daarom willen we met de gemeente heldere praktische afspraken maken over bijvoorbeeld rapportages zodat onze welzijnsprofessionals zich volledig kunnen focussen op het verder helpen van deze mensen. 

Ook hieromtrent werden reeds intern praktische stappen gezet om die afspraken te faciliteren, zoals het uitrollen van een nieuw digitaal registratiesysteem en het opzetten van een pilot met impactmetingen.

Conclusies
De NSOB concludeert dat de beeldvorming over misstanden niet gestoeld is op feiten. De organisatie is goed toegerust is op haar taak; de interne kwaliteitsprocessen zijn op orde en de organisatie is op korte en lange termijn financieel gezond. Ook de claims over bewust foutief registreren en een heersende angstcultuur zijn ongegrond verklaard. Op de bekende en afgehandelde incidenten na zijn er geen aanwijzingen van radicalisering gevonden.

Eric Lemstra: “Het betekent veel voor onze medewerkers en vrijwilligers dat de onafhankelijke onderzoekers nu helder concluderen dat de beeldvorming over misstanden bij Xtra niet op feiten gebaseerd is. Deze mensen, die zich dagelijks met hart en ziel inzetten voor de kwetsbare inwoners van deze stad, werden regelmatig aangesproken op geruchten en dat heeft hen en ons diep geraakt. Nu kunnen we die bladzijde omslaan en ons weer volledig focussen op de kern van ons werk; bijdragen aan het welzijn van vele Hagenaars.”

Xtra heeft een uitgebreide reactie op de conclusies en aanbevelingen in het rapport aan het college van burgemeester en wethouders gestuurd. Hierin staan genomen en voorgenomen maatregelen uitgebreid benoemd. Die reactie wordt ook met de gemeenteraad gedeeld.

Het rapport is opgesteld onder onafhankelijk voorzitterschap van Pauline Meurs en de opdracht aan de NSOB werd in november 2019 verstrekt door de gemeente Den Haag naar aanleiding van berichtgeving in de pers die tot raadsvragen leidde.

Het rapport en de bestuurlijke reacties kan je vinden via https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/Overige%20bestuurlijke%20stukken/623237.

Eén tegen eenzaamheid met Virtual Reality

29 oktober 2020

Eén tegen eenzaamheid met Virtual Reality
Techniek kan verbinden, dat blijkt wel uit een samenwerking tussen Xtra en Q42. Met ons concept EldersVR, wonnen we de hoofdprijs tijdens de Hackathon Zorginnovatie van de Gemeente Den Haag in 2017. Deze Hackathon stond volledig in het teken van gezond ouder worden.

Dankzij de bijbehorende geldprijs hebben we de afgelopen drie jaar een innovatieve aanpak gerealiseerd. Ons concept, EldersVR, draagt bij aan de strijd tegen eenzaamheid. Eenzaamheid zit vooral achter de voordeur en is vaak onzichtbaar. Ouderen blijven steeds vaker thuis; soms doordat zij slecht(er) ter been zijn, maar ook omdat hun netwerk steeds kleiner wordt. De drempel om het huis uit te gaan wordt steeds hoger.

EldersVR is een innovatief en letterlijk grensverleggend concept: ons concept brengt ouderen in een virtual reality (VR) elders. Op dit moment worden er al 55 VR-brillen in zorg, welzijn en onderwijs aangestuurd door onze EldersVR app. Iemand die slecht ter been is kan dankzij ons platform in virtual reality het Maurtishuis bezoeken. Iemand die het spannend vind om alleen op pad te gaan, kan met behulp van EldersVR de volledig in virtual reality de bus nemen naar het wijkcentrum en daar de activiteit Bewegen voor Ouderen volgen. Wellicht helpt dit de drempel te verlagen, om een volgende keer écht de bus te nemen naar het wijkcentrum! Al onze filmpjes zijn ook samen te ervaren, ouderen kunnen tegelijkertijd een VR-bril dragen en samen op pad gaan in een virtual reality. Virtual Reality kan eenzaamheid verminderen en zelfredzaamheid vergroten.

EldersVR tijdens Werkconferentie VWS: HOE DAN? Regio West
Wil je meer weten over EldersVR? Tijdens de landelijke (online) conferentie van het VWS op donderdag 12 november, verzorgen wij vanuit Xtra een interactieve workshop over EldersVR. Het VWS organiseert deze conferentie in het kader van het actieprogramma: Eén tegen eenzaamheid. Ouder worden zonder eenzaamheid. Dat wil iedereen. Maar hoe dan? Daarover gaat deze unieke combinatie van een levendige talkshow en interactieve werksessies voor beleidsmakers uit alle domeinen en betrokkenen vanuit maatschappelijke en culturele ondernemingen, die op zoek zijn naar best practices en (verder) willen bouwen aan lokale coalities.

Wil jij meer weten over EldersVR en deelnemen aan de werkconferentie, meld je dan aan:  https://dashboard.networkapp.com/forms/AbCgqztCeLbrQBXM

 

ADO Kids: Sportieve samenwerking tussen Mooi welzijn en ADO Den Haag

22 oktober 2020

ADO Kids: Sportieve samenwerking tussen Mooi welzijn en ADO Den Haag
ADO Kids is ontstaan uit een samenwerking tussen Mooi welzijn (onderdeel van Xtra) en ADO Den Haag. Al sinds 2002 bouwen wij samen aan een langdurige relatie met kids van 0 tot 12 jaar. Primaire doelstelling is de kinderen te leren kennen, wat de mogelijkheid moet bieden om vroegtijdig zowel positieve als negatieve ontwikkelingen te signaleren. Daarmee wordt het mogelijk om kinderen op te voeden tot de positieve supporter van de toekomst. Eerdere projecten hebben bewezen dat de impact die een hoogwaardige voetbalclub heeft, kan worden aangewend om gedrag van de jeugd op een positieve manier te beïnvloeden. Sportiviteit en teamwork staan bij onze activiteiten centraal. Een dergelijk concept is binnen het Nederlandse betaald voetbal vooralsnog uniek!

Afgelopen maandag om verzamelden er ongeveer zestig ADO Kids bij De Aftrap, het jeugdcomplex van ADO Den Haag in het Zuiderpark. Ondanks de coronabeperkingen stond namelijk alweer de tweede ADO Kids-activiteit van het nog prille seizoen op het programma: een voetbaltoernooi!

Het toernooi werd georganiseerd met twee poules: één voor de kinderen van 9 en 10 jaar en één voor de kinderen van 11 tot en met 13 jaar. In beide poules speelden vier teams drie wedstrijden van vijftien minuten.
Tussen de partijen door vermaakten de ploegen zich met partijtjes onderling en het schieten op het ADO Den Haag-gatendoek. Het gebeurde helaas niet onder toeziend oog van de ouders en verzorgers die, vanwege de coronamaatregelen, een hele hoop mooie acties hebben moeten missen.

Een leuk gegeven was dat meerdere broers van deelnemers bereid waren gevonden om de wedstrijden te fluiten. Vaak hoefden zij overigens niet in actie te komen, want het ging er onderling zeer sportief aan toe.

Aan het eind van de ochtend kregen alle deelnemers bij de prijsuitreiking een mooie ADO Den Haag-medaille omgehangen. Een mooie en verdiende beloning na een gezellig toernooi.

 
Meer weten over ADO KIDS? Klik hier.
Bron

Young Leaders actief in Escamp

01 oktober 2020

Acht trotse buurtjongeren uit Escamp ontvingen dinsdagavond 29 september het certificaat Young Leader in de coronaproof aula van het mooie ontmoetingscentrum Morgenstond. Zij zijn geslaagd voor een training tot positief rolmodel die sociale activiteiten organiseert voor jong en oud in de wijk. Den Haag schaart zich daarmee in de landelijke rij van meer dan 30 gemeenten waar nu Young Leaders actief zijn.

De geslaagde jongeren vertelden één voor één in eigen woorden wat zij hebben geleerd in de 10-weekse training en welke activiteiten zij voor de wijk in petto hebben. Ze hebben meer zicht gekregen op zichzelf, hun talenten en hun toekomstplannen. Maar leerden ook om samen te werken en een activiteit te organiseren. En misschien wel het moeilijkste in het leven: de kunst om dit verhaal te presenteren voor een publiek.

In verband met de nieuwe coronamaatregelen is de uitvoering van plannen voor een bioscoop-dag voor alle leeftijden en een ontmoetingsdag voor jong en oud tijdelijk uitgesteld. U hoort ervan, zodra het weer kan.

De certificaten werden uitgereikt door Rene Baron, programmadirecteur Regiodeal Den Haag Zuidwest, en Irma Bolhuis, manager van welzijnsorganisatie Mooi welzijn (onderdeel van Xtra). Zij waren blij verrast met de presentaties en plannen van de nieuwe Young Leaders in Escamp.

Prachtig dat jongeren daar een actief aandeel in nemen. Wie volgt? Jongeren, maar ook vrijwilligers en professionals met interesse voor een Young Leaders training kunnen zich melden bij Rachid Amouach, jongerenwerker van Mooi welzijn, die dit initiatief met collega’s heeft begeleid: r.amaouch [at] stichtingmooi.nl / 06-43821753.

Had ik maar eerder geweten wat welzijnswerk voor me kon doen

04 augustus 2020

Komende weken delen we verhalen over diverse werksoorten vanuit onze onderliggende organisaties. Hoe en waarmee bieden we aan kwetsbare mensen ondersteuning.
Medewerkers en hun cliënten vertellen over hun werkzaamheden en ervaringen.

Voor Yvonne is de hulp van de welzijnswerker van grote waarde!
Een mooi voorbeeld van wat welzijn voor mensen kan betekenen.

Wie: Yvonne Singerling (54), Cliënte Mooi welzijn

Hoe bent u in contact gekomen met het welzijnswerk in Den Haag?
‘Ik weet dat eigenlijk niet precies. Er speelden vorig jaar een aantal dingen tegelijk. Ik had op Facebook gereageerd op iemand die eten aanbood. Dat had ik niet voldoende, dus daar reageerde ik op. Het kan zijn dat die persoon het balletje aan het rollen heeft gebracht. Ook kan het zijn dat het naar aanleiding is van een bezoek dat ik vorig jaar bracht aan de sociale dienst. Ik zit in de bijstand en dan moet je af en toe langs komen om te laten zien dat je solliciteert en dergelijke. Daar vertelde Saskia Zwinkels (red: Mooi welzijn) dat mijn inkomen eigenlijk veel te laag was en dat ik recht had op extra inkomen. Sindsdien word ik door allerlei mensen gebeld waar ik het bestaan niet eens van wist. Of het nu de uitkeringsinstantie geweest is of via dat Facebookverhaal, dat durf ik niet meer te zeggen.’

Vindt u het vervelend of fijn dat u nu door verschillende mensen wordt gebeld?
‘Ik vind het erg fijn. Het dringt niet altijd even goed tot me door, want ik zit onder de medicatie, maar dat ze me helpen vind ik erg fijn. Er zijn zelfs mensen die hebben geholpen met eten voor mijn kat.’

Wie bellen er precies?
‘De eerste was Saskia. Dat was precies in coronatijd. Ze kon dus niet langskomen en ik was ook nog eens grieperig. Zij hielp om me aan te melden bij de voedselbank. Ook belde er daarna iemand van de gemeente, die hielp met een aanvraag voor schuldhulpverlening. Saskia had daar eerder al uitleg over gegeven. En dus die mevrouw van Facebook. Die helpt me ook nog steeds met van alles. Die schuldhulpverlening enzo, ik wist niet eens dat dat allemaal bestond. Ik kan dat zelf niet één twee drie bolwerken allemaal door die medicatie.’

Hoe is de coronatijd voor u geweest?
‘Ik zit altijd al binnen, dus dat is niet veranderd. Ik durf nauwelijks naar buiten, omdat ik snel in elkaar zak. Dat is vorige week ook weer gebeurd.’

Hoe komt dat?
‘Dat zijn restverschijnselen van een spierziekte die ik had toen ik 16-17 was: Guillain-Barré syndroom (GBS). Daar heb ik twee jaar voor in het ziekenhuis gelegen. Het ging zo slecht, dat ze me hebben moeten reanimeren. Ik was zelfs opgegeven. Uiteindelijk ging het langzaam maar zeker weer beter. Ik heb alles opnieuw op moeten bouwen: praten, lezen, schrijven, alles. Toen ik GBS kreeg was er nog niets over bekend. Er was ook nog geen medicijn voor, dat is ook de reden dat ik veel last heb van restverschijnselen.

Heeft u dat nog steeds?
‘Ja, ik heb nog steeds vaak pijn en ik zak dus soms spontaan in elkaar. Ik heb al die jaren wel doorgelopen, altijd gewerkt, maar dat gaat de laatste jaren steeds slechter.’

Wat voor werk heeft u gedaan?
‘Ik werkte als toezichthouder, als parkeerbeheerder, als controleur bij HTM, in de administratie bij de Consumentenbond, als medewerker bij Interim Justitia. Ik heb dus best wel veel gedaan. Rond 2015 moest ik stoppen, het ging gewoon niet meer. Ik zakte in elkaar en had veel pijn in mijn rug. Toen bleek ik ook nog een hernia te hebben en slijtage in mijn onderrug en in mijn heupen.’

Dus nu zit u vooral thuis? Heeft u steun van familie of vrienden?
‘Mijn zoon komt soms langs met zijn vrouw of de kleinkinderen. Soms eens per week, soms eens per maand.’

Vindt u het vervelend dat u bijna niet naar buiten kunt?
‘Niet echt, ik ben snel bang als ik buiten ben dat iemand me aanraakt of dat ik val. Mijn angst is te groot dus durf niet naar buiten. Ik ga alleen als het echt niet anders kan.’

Hoe vult u de dag?
‘Ik lees en ik puzzel, voor zover dat gaat. Want concentreren is soms lastig door wat ik allemaal heb meegemaakt enz en door de medicijnen. Ik heb een saai leventje.’

Wat betekent de hulp van iemand als Saskia voor u?
‘Heel veel. Ze kan goed luisteren. Ik hoop niet dat ik steeds een ander krijg. Ik houd er niet van om steeds verschillende personen te krijgen en telkens opnieuw mijn verhaal te moeten doen. Dan hoeft het voor mij niet meer.’

Wat doet Saskia voor u?
‘Ze heeft dus die schuldhulpaanvraag en voedselbank voor me geregeld. Ze heeft er ook voor gezorgd dat ik maaltijden thuis bezorgd kreeg. En ze controleert of het goed met me gaat. Ze belt me eens in de paar weken, en dat is prima.’

De hulp van de welzijnswerker betekent heel veel voor me

U bent pas op uw 54e in aanraking gekomen met welzijnswerk. Wat vindt u daarvan?
‘Als ik eerder had geweten dat het bestond, had ik er heel graag eerder gebruik van gemaakt. Bijvoorbeeld tijdens mijn scheiding, dat heeft vijftien jaar geduurd, een echte vechtscheiding. Hij stalkte me, schold me uit tijdens mijn werk en probeerde me steeds aan te rijden en dergelijke. Het is zo fijn dat ze nu helpen met belastingen, huur, schuldhulpverlening en dat ze een luisterend oor bieden.’

Waar komt u wel de deur voor uit?
‘Als het moet, boodschappen. De LIDL zit aan de overkant van de straat. En de buurman neemt me mee naar de voedselbank.’

Zou u het wel leuk vinden om ergens naartoe te gaan?
‘Nog niet eerlijk gezegd, maar dat heeft gewoon met mijn hele verleden te maken. Ik voel me niet eenzaam, maar ik vertrouw mensen niet, daar heb ik te vaak slechte ervaringen mee gehad en teveel voor mee gemaakt. Vandaar dat ik bij PSYQ onder behandeling ben. Althans, ik sta nog in de wachtrij maar krijg wel mijn medicijnen om rustig in mijn hoofd te worden.’

Wat zou de gemeente of een organisatie als Mooi welzijn nog meer voor u kunnen doen?‘Ik heb meerdere kleine schulden waarvoor ik afbetalingsregelingen had getroffen, maar ook nog één hele grote schuld. Die grote schuld wegwerken zou geweldig zijn. Verder heb ik niet echt dromen, ik doe gewoon mijn eigen ding. Ik val niemand lastig, dus mensen hoeven mij ook niet lastig te vallen. Ik heb ook af en toe telefonisch contact voor hulp met wat ze zeggen een vorm van CPTSS is. Toen ik een keer bij de huisarts zat, was daar ook een maatschappelijk werker of iets dergelijks waar ik een paar gesprekjes mee heb gehad. Na twee jaar heb ik besloten om me aan te melden voor hulp. Daar wacht ik nu al ongeveer een jaar op tot dat traject begint. Er is alleen een groepsgesprek geweest, dat was vlak voor de coronacrisis uitbrak. Ze wilden me toen naar een of andere instelling brengen, maar dat wilde ik echt niet. Ik wil niet uit mijn eigen omgeving weg, dat doe ik niet. Ik wil gewoon in mijn vertrouwde omgeving blijven. Maar ik weet niet goed wat ik er van moet verwachten allemaal. Even afwachten maar.’

Download hier het verhaal in pdf

De hulp van de welzijnswerker betekent heel veel voor me

 

Door de kier van de deur kregen we zicht op de armoede en het psychisch leed

03 augustus 2020

 

 

Komende weken delen we verhalen over diverse werksoorten vanuit onze onderliggende organisaties. Hoe en waarmee bieden we aan kwetsbare mensen ondersteuning.
Medewerkers en hun clienten vertellen over hun werkzaamheden en ervaringen.

Collega Saskia Zwinkels vertelt in dit interview over wat sociaal werk allemaal inhoudt.

Wie: Saskia Zwinkels (47)
Wat: Algemeen maatschappelijk werker /  sociaal werker
Waar: Mooi welzijn
Locatie: Rustenburg- Oostbroek - Leyenburg

Wat is het verschil tussen een maatschappelijk werker en een sociaal werker?
‘Een maatschappelijk werker is opgeleid om psycho-sociale hulpverlening te bieden aan mensen. Je richt je dan op mensen met een hulpvraag over bijvoorbeeld relaties, omgang met kinderen, financiën, het vinden van werk, het vinden van een nuttige dagbesteding. Het is heel breed. Mensen krijgen dan vaak 1-op-1 begeleiding, meestal kortdurend, bijvoorbeeld een beperkt aantal gesprekken. Er wordt ook groepsgewijs gewerkt, bijvoorbeeld door het verzorgen van trainingen. Onder sociaal werk vallen verschillende disciplines: maatschappelijk werk, ouderenwerk, jongerenwerk, participatiewerk.’  

Jij bent dus breed inzetbaar?
‘Ja, en ik werk op één van de zeventien Haagse Servicepunten XL. Dat zijn door de gemeente gesubsidieerde laagdrempelige voorzieningen waar mensen met problemen terecht kunnen. Ze bestaan sinds 2014 en er wordt veel gewerkt met open inloop, zodat mensen gelijk geholpen kunnen worden met hun vragen. Dat gaat dan vaak over de vraag waar iemand op dát moment mee zit. Dat is een valkuil, vooral als de werkdruk hoog is. Want vaak speelt er meer. Ons werk is om een plaatje te maken van iemands leven, om de problemen in kaart te brengen. Vervolgens kunnen we dan samen een plan maken om verbeteringen aan te brengen in de verschillende leefgebieden die we onderscheiden. Het doel is er voor te zorgen dat iemand weer zelfstandig verder kan.’ 

Hoeveel mensen kun je jaarlijks helpen in zo’n wat langer traject?
We hebben in ons Servicepunt XL Escampade 680 uur per jaar voor trajecten. Voor een traject wordt gemiddeld tien uur genomen, dat is inclusief gesprekken, verslaglegging en contact met derden. Dan kom je dus op 68 trajecten per jaar.’ 

We maken samen met mensen een plan om verder te kunnen

 

Is dat genoeg?
‘Als je mensen goed wilt begeleiden is dat lang niet genoeg. In mijn wijk alleen al zou het minstens het dubbele moeten zijn.’

Waarom krijg je die tijd niet?
‘Omdat er maar beperkt subsidie beschikbaar is vanuit de gemeente. Overigens hebben we naast die 680 uur ook nog negen dagdelen nodig om überhaupt open te zijn, waar ook mensen voor nodig zijn. Er we hebben collega’s nodig die de straat op gaan om mensen attent te maken op ons werk. Want niet iedereen vindt ons zomaar. Mensen die een bijstandsuitkering hebben, zijn vaak wel op de hoogte van onze voorzieningen, omdat ze informatie van de gemeente krijgen. Maar mensen met een inkomen uit werk die nooit met de gemeente van doen hebben, weten ons vaak niet  te vinden.’

Is dat een probleem?
‘Ja, zeker voor mensen die een flexibel contract hebben. Ze lopen snel de kans om een inkomen onder bijstandsniveau te krijgen. Ze weten dan soms niet dat ze recht hebben op een aanvulling, of dat ze recht hebben op een WW-uitkering. En dan weten ze ook niet dat wij ze kunnen helpen.’

Wat zou het maatschappelijk rendement zijn áls je wel het dubbele aantal uren zou hebben?
‘Je zou dan meer kwetsbare mensen kunnen vinden, omdat je daar dan meer mensen voor kunt inzetten. Je kunt daar een armoedeval mee voorkomen. Armoede is een killer, het is heel ontwrichtend, ook voor gezinnen. Armoede levert stress op en beïnvloed je functioneren. Mensen reageren slechter op brieven, krijgen een korter lontje, trekken zich terug, participeren minder, zijn minder zelfredzaam. Het levert eigenlijk alleen maar negatieve effecten op. Uit onderzoek blijkt dat zelfs het IQ achteruit gaat als mensen in armoede leven. En het wordt voor mensen ook alleen maar moeilijker om een baan te vinden als ze in armoede leven, door al die stress.’

Zou je dan kunnen zeggen dat in economische termen uitgedrukt meer welzijnswerk zou leiden tot meer besparingen op gemeentelijke uitgaven, of gaat dat te ver?
‘Uiteindelijk is dat echt zo. Want als sociaal werk er niet is en je laat mensen die armoedeval in gaan, dan kost dat de maatschappij zeker meer geld.’

Hoe werkt dat dan?
‘Het is een investering: het kost eerst geld doordat je iemand bijvoorbeeld in een schulphulpverleningstraject zet. Maar als je iemand zijn of haar veerkracht terug geeft kan de weg naar werk weer gevonden worden. En daardoor bespaar je. En dat geldt dus voor veel mensen: als we de tijd krijgen om iemand te begeleiden, geef je iemand zijn of haar kracht terug. Mensen hervinden hun zelfvertrouwen en daardoor gaan ze weer meedoen. Ze krijgen weer grip op hun leven en gaan zelf weer zelf keuzes maken.’

Als mensen geen gebruik kunnen maken van sociaal werk en de armoedeval ingaan, kost het de maatschappij meer geld

 

Heb je een concreet voorbeeld van hoe je dat doet?
‘Toen de coronacrisis startte half maart kwam er een centraal telefoonnummer voor mensen die hulp nodig hadden. Er meldde zich toen een vrouw die aangaf corona-achtige klachten te hebben en dat ze daarom niet zelf boodschappen kon doen. Wat bleek: die vrouw leefde al maandenlang van 16 euro per maand, omdat ze honderden euro’s per maand betaalde aan afbetalingsregelingen die ze zelf met schuldeisers had getroffen. Ik kon er op dat moment niks aan doen, want ik kon niet langskomen. Ik kon wel een verkorte aanvraag doen voor een voedselpakket. Eind mei kwam ze naar het servicepunt en praatten we verder. Ze bleek door omstandigheden een bijstandsuitkering te hebben, maar verder was er niks voor haar geregeld. Ze wist niet dat ze hulp kon krijgen, ze wist niet dat ze schuldhulpverlening kon krijgen, terwijl ze duizenden euro’s schuld had waar ze zelf niks aan had kunnen doen. Ze had altijd gewoon hard gewerkt, maar ging nu gebukt onder de stress en uitzichtloosheid. We konden haar nu vertellen wat er mogelijk was via schuldhulpverlening. Nu kan ze met behulp van advies haar financiële situatie direct stabiel gaan maken.’

Welke leeftijden hebben de mensen die je helpt?
‘Dat is erg gevarieerd. Wij krijgen hier in de wijk relatief veel mensen die tussen de 30 en 40 jaar zijn. Dat komt onder andere doordat er veel Poolse arbeidsmigranten in de wijk wonen. Zij leven vaak met veel mensen in één huis, of ze betalen een te hoge huur voor een slechte woning bij een particuliere huisbaas. Ze hebben ook vaak slechte arbeidscontracten en jonge kinderen en dat levert snel problemen op. Zo komen ze bijvoorbeeld niet meer in aanmerking voor kinderopvangtoeslag omdat ze in het verleden de toeslag niet of te laat hebben stopgezet. Niet bewust, maar gewoon omdat ze niet weten of en hoe dat moet. Maar dan komen ze dus in de knel met hun werk. Wij proberen daar dan bij te helpen.’

Wat zijn andere doelgroepen?
‘Over het algemeen kan worden gezegd dat mensen uit kwetsbare groepen bijv. met een lage sociaal economische status, ouderen en mensen die de taal niet machtig zijn vaak om hulp vragen. Wij zijn voor mensen het eerste aanspreekpunt voor heel uiteenlopende problemen. Mensen die zich met terugkerende psychosomatische klachten bij de huisarts melden, worden naar ons doorverwezen via ‘Welzijn op Recept.’

Er komen bijvoorbeeld ook veel oudere mensen langs die hulp nodig hebben bij wmo-aanvragen. Of mensen die hulp zoeken bij kwijtschelding van gemeentelijke en waterschapsbelastingen.’

Voelt het als dweilen met de kraan open, dat je vooral de gevolgen van problemen helpt oplossen, of heb je genoeg ruimte om ook de oorzaken van de problemen zelf aan te pakken?
‘Wij zeggen zelf vaak dat we alleen maar gevolgen aan het oplossen zijn. Vaak zijn dat de gevolgen van bureaucratie en procedures die te ingewikkeld zijn. Regelingen waar je alleen gebruik van kunt maken als je digitaal vaardig bent. Daaraan besteden wij veel tijd in ons werk. Te veel tijd, noodgedwongen helaas, daardoor kunnen we geen totaalbeeld krijgen van iemands problemen.’

Hoe zie je de toekomst wat dat betreft? Gaat het wel de goede kant op?
‘Ik zie dat er een aantal mensen in het werkveld zijn die goed in tekst en woorden kunnen laten zien wat er mis is en wat er aan scheelt. Ik heb de hoop dat hun inzet gaat helpen. Aanvragen worden waar mogelijk bijvoorbeeld vereenvoudigd en zoiets als de Ooievaarspas helpt ook goed. Maar iemand helpen kost gewoon veel tijd en die tijd is er helaas vaak niet. We proberen natuurlijk wel met de uren die we hebben overkoepelend te denken over hoe ook systemen en werkprocessen verbeterd kunnen worden, zodat we niet alleen individuele problemen telkens opnieuw aan hoeven te pakken.’

Wat is de impact van de coronacrisis geweest?
‘Mensen zitten nu nog thuis, maar we verwachten een tsunami aan hulpvragen. We maken nu een checklist, een stroomschema, waarmee we bijvoorbeeld financiële knelpunten kunnen nalopen. Wat doen we bijvoorbeeld als iemand uit huis gezet dreigt te worden? Vanaf het begin van de crisis stond het welzijn van mensen direct centraal. Want veel kwetsbare mensen konden ineens niet meer bij voorzieningen. Dat ging tijdens de eerste weken om de eerste levensbehoeften: maaltijden en boodschappen. We moesten direct schakelen om mensen die dat nodig hadden van eten te voorzien, volgens de behoeftenpiramide van Maslow. Wat later kwam eenzaamheid: mensen die niet meer naar buiten durfden, of door een arts geadviseerd waren binnen te blijven.’

Hoe is het nu?
De welzijnsorganisaties hebben gekozen voor één centraal telefoonnummer. Het nummer was in de eerste weken van de Corona crisis van 09:00-21:00 bereikbaar. Dat was goed. Er kwamen allerlei vragen. Zelfs ‘kan ik naast mijn partner in bed gaan liggen?’ Maar dus ook vragen over boodschappen, kwijtschelding, iets kunnen kopiëren, huiselijk geweld, eenzaamheid, van alles. Ook waren er mensen die belden dat ze een kwetsbare persoon in hun omgeving hadden. Die meldden bijvoorbeeld dat ze zich zorgen maakten om een buurvrouw die er slecht uit zag. We konden bij niemand naar binnen, maar bij het verstrekken van maaltijden door de kier van de deur kregen we vaak direct zicht op de armoede en het psychisch leed. Dat die doelgroep nu in het vizier is gekomen is heel fijn.’

Als sociaal werker zijn we enorm betrokken maar we moeten opletten dat onze eigen batterij niet opraakt

Kun je daar nu al iets mee?
‘Ja en nee. We hebben ze in het vizier, maar we lopen ook tegen de grenzen van de AVG aan. Dus het is soms erg ingewikkeld. En: we verwachten dus veel extra drukte, omdat meer mensen nu financieel in de knel komen door de coronacrisis. Daar zijn nog helemaal geen extra mensen of middelen voor. Dat maakt het lastig. Als sociaal werker zijn we enorm betrokken, maar we moeten dus ook echt oppassen dat onze eigen batterij niet opraakt, want we lopen ons nu het vuur uit de sloffen. Ik hoop dat de professionals van de gemeente snel weer bij ons op locatie aansluiten, zoals de specialist van de helpdesk Geldzaken. Dat zou enorm helpen. We hebben meer menskracht nodig om de toestroom van hulpvragen te kunnen opvangen.’

Download hier het verhaal in pdf

Ik zou die maandagen niet willen missen!

27 juli 2020

Komende weken delen we verhalen over diverse werksoorten vanuit onze onderliggende organisaties. Hoe en waarmee bieden we aan kwetsbare mensen ondersteuning.

Medewerkers en hun cliënten vertellen over hun werkzaamheden en ervaringen.

Mevrouw Clara van der Zwan zou de maandagen op het wijkcentrum niet willen missen!

Een mooi voorbeeld van de waarde van het ouderenwerk van welzijn.

Wie: Clara van der Zwan (74)
Wat: Cliënte Mooi welzijn
Waar: Den Haag
 

U was vergeten dat we vandaag dit interview zouden hebben en u haalde in het voorgesprek wat data, tijden en zelfs jaren door elkaar, is dat toeval?
‘Nee, ze zeggen dat ik dementerend ben. Ik vind het wel eens lastig om dingen te onthouden.’

Is het daardoor nu ook moeilijk te begrijpen wat er allemaal gebeurt in deze coronatijd?
‘Ik snap wel dat het ingewikkeld is. Zeker het begin was een hele moeilijke tijd. Ik kon niet naar Els komen en het was onzeker hoe alles zou gaan.’

Els is de sociaal werker van stichting Mooi toch? Hoe kent u haar?
‘Ja. Ik ga daar elke maandag naartoe. Bij hen is er altijd veel rust. En omdat Els veel van wandelen houdt gaan we veel weg. Ze trekt ons allemaal mee. Dat lopen is soms wat veel voor me. Ik ben 74, dus ik merk het wel. Maar ik vind het wel leuk hoor, het is goed om er uit te zijn,

U bent 74, dan heeft u ongetwijfeld al veel gedaan in uw leven?
‘Ja. Ik heb heel veel gewerkt, in een hotel gewerkt op Scheveningen. Ook heb ik samen met mijn vader de krant gelopen en mijn moeder geholpen met overleven, want zij was overspannen van de oorlog. Uiteindelijk overleed ze, en mijn vader ook. Ik heb 23 jaar lang een relatie gehad met een Turkse man. In het begin was het erg leuk, maar het werd erg moeilijk. Hij heeft uiteindelijk mijn zoon meegenomen naar Turkije, dat heb ik hem nooit vergeven. Nu doe ik niet zoveel meer, omdát ik 74 ben.’

Hoe bent u in contact gekomen met Els?
‘Ik kom daar al heel lang. Zeker van voor de coronacrisis. Maar ik weet niet hoe lang daarvoor. We wandelen dus, we hebben lunches aan gezellige eettafels, doen aan handenarbeid waarbij we poppetjes of kaarten maken. Het is altijd erg leuk. Maar ze vindt dus vooral dat wandelen leuk.’

We wandelen, hebben lunches en doen aan handenarbeid. Het is altijd erg leuk.

Doet u dat alleen met haar of in groepsverband?
‘In groepjes. Meestal met mensen die vaker komen. Sommigen zijn ouder dan ik, anderen jonger. Sommigen zie je maanden niet omdat ze in het buitenland zijn en dan ineens weer mee doen, anderen wat vaker.  Omdat je niet weet of ze er de volgende keer weer zijn., vind ik het niet zo leuk om zomaar contact te houden.

Heeft u behoefte aan regelmaat?
‘Soms. Ik kan op maandagen langs bij Els om koffie te drinken. Maar er mogen vanwege corona maar twee mensen binnen en je mag maar kort blijven. Dat is wel lastig. Verder fiets ik veel, door het park. Ik doe het huishouden, stofzuigen, ramen zemen. Daar heb ik nu ook hulp bij, die komt op donderdagen van vier tot zes, die komt dan om de was te doen en het bed te verschonen. Dat heeft mijn dochter aangevraagd denk ik. Hoe ze dat geregeld heeft weet ik niet, maar het is dus een huishoudelijke hulp.’

Naast het contact met Els van stichting Mooi heb je dus ook een huishoudelijke hulp. Is dat alle ondersteuning van buitenaf?
‘Nee, er is ook nog een casemanager. Die komt me wel eens halen om te gaan fietsen. Ik heb geen idee wie die casemanager geregeld heeft, mijn dochter of Els, of nog iemand anders. Maar het is wel gezellig. Ik weet niet hoe dat allemaal werkt.’

Hoe ziet je sociale leven er verder uit?
‘Mijn kinderen komen regelmatig langs en ik heb ook kleinkinderen, dus ik ben ook oma.’

Komen er behalve je kinderen ook nog andere mensen over de vloer?
‘We wonen in een flat, ik vind het ongemakkelijk om andere mensen over de vloer te hebben. Als het mooi weer is ga ik lekker buiten zitten en dan zien we elkaar wel. Dat is voor mij genoeg.’

Zou u vaker langs willen gaan bij Els?
Nee, het is goed zo.

Maar u vindt het dus wel belangrijk dát u er langs kunt?
‘Zeker. Ik zou het heel erg saai vinden als dat niet meer zou kunnen, je moet wel onder de mensen blijven.’

Wat vind u van het werk dat ze doen?
‘Het is echt vervelend dat ze nu geen kant op kan. De gezellige eettafels kunnen nu niet. En je mag dus maar heel kort komen. Maar ik vind vooral dat Els echt heel goed bezig is, ze is heel sociaal en ik zou die maandagen niet willen missen.’

Download hier het verhaal in pdf

In de eerste week van de lockdown hebben we 300 mensen gebeld; 'hoe gaat het met u?'

27 juli 2020

 


Komende weken delen we verhalen over diverse werksoorten vanuit onze onderliggende organisaties. Hoe en waarmee bieden we aan kwetsbare mensen ondersteuning.
Medewerkers en hun clienten vertellen over hun werkzaamheden en ervaringen.

Collega Els Beekhuis vertelt in dit verhaal wat ouderenwerk doet voor Den Haag.  

Wie: Els Beekhuis (59)
Wat: Sociaal werker, specialiteit ouderen en kwetsbare groepen
Waar: Mooi welzijn
Locatie: Moerwijk

Wat houdt je werk als sociaal werker precies in?
‘Ik zet me vooral in voor de doelgroep van ouderen. Dat kunnen al mensen zijn van 55+, of als het migrantenouderen zijn soms zelfs nog wel jonger. Ik bied ze allereerst een luisterend oor om te achterhalen waar ze behoefte aan hebben en daarna kijk ik wat ik mensen zelf kan bieden, waar ik collega’s voor nodig heb, of wie ik moet doorverwijzen.’

Wat voor type hulp kun je zelf bieden?
‘Het is vooral het gesprek, het luisterend oor, er zijn voor mensen. En waar mogelijk ze helpen met praktische zaken. Ik probeer veel wandelend te doen. Als wandelcoach merk ik dat mensen veel opener worden als je met ze op pad bent, dan wanneer je op kantoor zit. Ons kantoor is chaotisch gezellig ingericht. Maar je zit dan wel tegenover elkaar en je kijkt elkaar aan, in gesprek gaan vinden mensen dan soms lastig. Als we gaan wandelen in het groen gebeurt er meer. Mensen zijn in beweging, waardoor het lichaam een stofje aanmaakt waardoor je je al beter voelt, en je loopt naast elkaar en dat maakt een probleem bespreken makkelijker.’

Andere organisaties die contact met hen opnamen, belden voor praktische zaken maar niet om te vragen hoe het met ze ging.

Over wat voor problemen gaat het dan?
‘Bijvoorbeeld over financiën, scheidingen, gezondheidsproblemen, depressiviteit, of het verlies van dierbaren. Ik stel vooral veel vragen, iemand moet dan nadenken over het antwoord. Zo komen mensen zelf vaak tot oplossingen. Wandelend met elkaar in gesprek zijn helpt dan echt. Vaak doe ik dat 1-op-1, maar we organiseren ook groepswandelingen.’

Maak je ook gebruik van de omgeving bij zo’n wandeling?
‘Ja. Ik was bijvoorbeeld met een mevrouw in het park die ik vroeg: ‘welke plek in dit bos staat symbool voor hoe je je nu voelt?’ Ze koos een chaotisch stuk uit met een prikkelige bramenstruik waar ook nog brandnetels omheen stonden. ‘Ik zie door de bomen het bos niet meer’, was eigenlijk haar conclusie. Gezamenlijk proberen we daarna uit te vinden welke stappen ze kan zetten om weer vooruit te komen.’

Levert het wandelen meer op dan alleen opener gesprekken?
‘Ik denk dat we door het wandelen minder contact nódig hebben dan wanneer we alleen op kantoor zouden werken. Overigens varieert het heel erg hoe vaak je iemand spreekt. Soms is één gesprek voldoende, maar er zijn soms ook mensen met wie we  jarenlang  contact hebben, dat kan ook. En alles er tussen in. Soms moet je veel tijd investeren om voldoende vertrouwen op te bouwen, dan ben je wel tien maanden bezig om überhaupt door iemand binnen te worden gelaten.’

Wat is de meest voorkomende problematiek?
‘Eenzaamheid en financiële zaken. Mensen hebben vaak een laag inkomen waardoor ze weinig kunnen doen. We proberen ze dan te helpen om bijvoorbeeld goedkopere verzekeraars of energieleveranciers en dergelijke te vinden, want negen op de tien keer maken ze al gebruik van alle ondersteuningsopties waar ze recht op hebben.’

Wat mij energie geeft, is dat je ook daadwerkelijk het verschil kan maken voor mensen

Wat gebeurt er als mensen zoals jij er niet zouden zijn, als het werk wat jij doet niet meer wordt gedaan?
‘Dan worden mensen veel minder gezien. In de eerste week van de coronalockdown hebben we bijna 300 mensen die bij ons in het bestand staan gebeld: hoe gaat het, wie zorgt er voor u, wie doet de boodschappen, vindt u het fijn regelmatig door ons gebeld te worden? Ik denk dat we daarmee zo’n 30 mensen aan maaltijden hebben kunnen helpen. 70 mensen zijn in een telefooncirkel gezet en worden nu wekelijks gebeld. In de eerste weken belden we ze wel twee-drie keer per week, sommigen zelfs nog vaker. We hebben ook allerlei spullen zoals boeken en schilderspullen rondgebracht. We kregen van hen terug dat ze het zo fijn vonden dat wij aan hen vroegen hoe het met ze gíng. Andere organisaties die contact met hen opnamen belden voor praktische zaken, maar niet om te vragen hoe het me ze ging.’

Helpt je werk ook preventief voor de gezondheid van mensen?
‘Als wij op tijd kunnen instappen kan dure zorg worden voorkomen. Bijvoorbeeld door dat wandelen; in sommige gevallen kan dat net het verschil maken en doorverwijzing naar een psychiater overbodig maken.  Of het gebruik van pillen. Dat scheelt begeleiding door zorgorganisaties.’

Werken jullie ook samen met huisartsen?
‘Ik werk al jaren samen met een huisartsenpraktijk hier, waarbij we één keer per maand een overleg hebben over cliënten met ‘multi-problematiek’, kwetsbare ouderen. Eens per twee maanden is er een multidisciplinair overleg over specifieke onderwerpen: wmo, mentorschap, euthanasie, regels bij verzorgingshuizen, het kan over van alles gaan. We bespreken dan casussen waar iedereen vanuit zijn professie over mee kan denken. Zo was er een mevrouw die altijd erg actief was, maar ineens ziek werd, darmproblemen kreeg en zo in een dip zat dat ze door de dokter niet meer te bewegen was om haar medicijnen te nemen om haar darmen te stabiliseren.’

Wat bespreek je dan?
‘De verpleegkundige suggereert dan dat er een wijkverpleegkundige kan komen die één keer per dag die medicijnen aan komt reiken. Dat kan helpen. Ik geef dan bijvoorbeeld aan: die mevrouw wil graag naar een plek die ze leuk vindt, maar dat lukt niet vanwege de darmklachten. Wat nu als ik een vrijwilliger regel die daar met haar naar toe wil. Dan heeft ze een leuk vooruitzicht en is ze wellicht wel te bewegen om haar medicijnen zelf te nemen. Dat leggen we allemaal voor aan de huisarts -en die weer aan de patiënt- en dan wordt door hen een keuze gemaakt. Wij, als sociaal werkers, kijken dus anders naar zaken. Dat kan dus zeker preventief werken én zorgkosten besparen.’

Verwijzen huisartsen ook cliënten door naar je?
‘Met ‘Welzijn op recept’  gebeurt dat inderdaad geregeld. Een huisarts kan relatief makkelijk een kwetsbare patiënt herkennen en die kan dan vragen of ik langs mag komen. Dat werkt goed.’

Ik zoek dan de grenzen van het sociaal werk op maar heb haar zo kunnen helpen

Is een doorverwijzing door een huisarts het meest voorkomende kanaal?
‘Nee, het is van alles. Mensen die hier regelmatig komen die een buurvrouw of een vriend meenemen. Mensen die ik zelf gewoon op straat tegenkom en aanspreek. Via de huisarts. Het kan allemaal.’

Heeft de coronacrisis veel impact gehad?
Absoluut. Er is een groep mensen die heel laconiek is en denkt dat het maar een griepje is. Ook zijn er mensen die niet zo door hebben wat anderhalve meter is, terwijl ze denken zich wel aan de regels te houden. En dan zijn er nog de mensen die de straat na drie maanden nog steeds niet op durfden. Zoals een stel waarvan de man Alzheimer heeft, die heel angstig is en telkens het raam van hun woning op vier hoog dicht doet, omdat hij bang is dat het virus daardoor naar binnen komt. Dat is voor zijn vrouw heel benauwend. Maar zij denkt dan weer dat de Alzheimer van haar man wel meevalt waardoor ze zorg mijdt. Ik probeer hen dan beiden te helpen.’

Welke impact verwacht je van het verdere verloop van de coronacrisis?
‘Er kan minder, dus bijvoorbeeld ook Haags Ontmoeten, de ontmoetingsplek hier, is lang dicht geweest. Nu het weer open mag, mogen er maar negen mensen zijn. Open inloop is dus niet mogelijk, je moet mensen nu uitnodigen. Dat is ook weer lastig, want mensen willen soms vrienden en vriendinnen meenemen en dat kan niet altijd. Bepaalde activiteiten kunnen ook niet meer. Zingen durven we niet meer aan. Het blijft behelpen en het blijft ook lastig uit te leggen aan mensen.’

Wat is het meest bijzondere wat je hebt meegemaakt in je werk?
‘Wat mij energie geeft is dat je ook daadwerkelijk het verschil kunt maken voor mensen. Er was een keer een mevrouw die helemaal overstuur bij ons kwam. We probeerden haar te kalmeren. Haar partner bleek overleden. Ik bracht haar later naar huis, maar ik mocht niet mee naar binnen. We hielden contact en er bleek meer aan de hand. Alle spullen van haar overleden ouders stonden in haar huis, evenals de meubels van haar overleden partner, die op een andere verdieping had gewoond. Het hele huis stond propvol meubilair en knuffelbeesten.’

Ze durfde geen afstand te doen?
‘Nee en ze raakte overal overstuur van en durfde geen centrale verwarming te laten installeren door Staedion, waarop die corporatie uiteindelijk zelfs met een rechtszaak dreigde. Ik heb haar toen in elke stap begeleid: ik sprak met Staedion, met de aannemer, we begeleidden haar op de dag dat de verwarming werd aangelegd, en ik hielp ook met het verminderen van meubels en met de enorme hoeveelheid knuffels. Ik heb ervoor gezorgd dat er 15 wassen gedraaid werden om die schoon te maken, waarna we ze in samenspraak met die mevrouw doneerden. Ook regelde ik huishoudelijke hulp voor haar. Ik zoek dan de grenzen op van het sociaal werk, maar ik heb haar zo kunnen helpen. We zijn nu twee jaar verder, ik zie haar nog regelmatig, en het gaat gewoon beter met haar dan toen. En ze kan nog gewoon thuis wonen, terwijl het advies eerder was dat een opname wenselijk was. Dat hebben we voorkomen.

Download hier het verhaal in pdf 

Het JIT gaat meer statushouders begeleiden

16 juli 2020

De volgende jaren gaat Xtra Plus de begeleiding van statushouders en de ondersteuning bij hun integratie uitbreiden op vier nieuwe locaties.  De inwoners van deze groepslocaties werden tot nu ondersteund door Stichting Migrascoop.  Deze stichting is ontstaan uit een burgerinitiatief van betrokken Haagse inwoners. De activiteiten worden nu overgedragen naar het Jeugd Interventie Team, JIT, van Xtra Plus.

Hoewel de medewerkers van Migrascoop nauw betrokken blijven, zal de begeleiding gebeuren onder de vlag van het JIT.  De samenwerking is ontstaan op initiatief van de gemeente Den Haag.  De voorbije jaren hebben Migrascoop en het JIT allebei begeleiding geboden aan statushouders met subsidie vanuit de gemeente.  Met deze samenwerking wordt de opgebouwde kennis en expertise samengevoegd en kunnen alle statushouders gebruik maken van een éénduidige aanpak.  De gemeente ondersteunt de samenwerking inhoudelijk en financieel. 

Stichting Migrascoop zette zich op vier groepslocaties in Den Haag, namelijk de Koolwitjelaan, de Jupiterkade, de Pompstationsweg en de Scheveningseweg, in voor de participatie en integratie van statushouders.  Deze intensieve begeleiding heeft aantoonbaar bijgedragen aan hun integratie in de Haagse samenleving.  Ook zorgde de sociaal beheer aanpak voor een prettige woonomgeving voor de bewoners en de buurt.
Het JIT begeleidt op haar beurt sinds januari 2018 statushouders bij het project Co Living in Den Haag. Bij dit project, in het voormalige ministeriegebouw van sociale zaken, wonen een tachtigtal jongvolwassen statushouders samen met evenveel studenten. De interactie die hier ontstaat, draagt bij aan wederzijds begrip en integratie.

Het Jeugd Interventie Team werd in 2015 onderdeel van Xtra Plus om intensieve ondersteuning en begeleiding te bieden aan jongeren die de weg dreigen kwijt te raken in onze maatschappij.  Tieners en jongvolwassenen worden er door praktische hulp en coaching weer op weg gezet richting zelfstandigheid.
Xtra Plus heeft als basisfilosofie dat elke jongere meetelt en dat elke jongere mee moet kúnnen doen in onze complexe samenleving.  Vanuit die visie ondersteunt Xtra Plus jongeren en jongvolwassenen op verschillende niveaus en manieren.  
Zowel het JIT als Migrascoop kijken ernaar uit om met gebundelde kennis, expertise en middelen verder te gaan bij de begeleiding van Haagse statushouders.  Beide organisaties staan voor een activerende aanpak waarbij zelfredzaamheid en maatwerk kernbegrippen zijn.  
Vanuit die filosofie willen beide partijen blijven bijdragen aan de integratie en participatie van statushouders in Den Haag, in goede samenwerking met alle betrokken partners.

 

Hieronder een verhaal van een statushouder.

Haagse Mahmoud doet iets terug voor Den Haag

‘Toen ik als vluchteling naar Nederland kwam, werd ik heel goed opgevangen en kreeg ik kansen om een toekomst op te bouwen. Nu vind ik dat het mijn beurt is om iets terug te doen’.  
Het zijn de woorden van Mahmoud El Naser, een jonge jongen die op 24-jarige leeftijd vanuit Syrië naar Nederland vluchtte, met de hoop voor een kans op een beter leven.

Twee en een half jaar woont hij nu in Nederland. Na aankomst woont Mahmoud de eerst drie maanden in een asielzoekerscentrum. Daarna krijgt hij van de gemeente Den Haag de mogelijkheid om te wonen op een Co-living plek: een locatie waar statushouders (vluchtelingen met een tijdelijke verblijfsvergunning) en jonge Hagenaars bij elkaar wonen. Op de woonplek van Mahmoud wonen 4 statushouders samen met 4 Haagse studenten. Iedereen heeft een eigen slaapkamer. De keuken, douche- en wasruimtes worden met elkaar gedeeld. Door statushouders en Haagse studenten te mixen, is het idee dat nieuwkomers, zoals Mahmoud, sneller hun plek vinden in de Haagse samenleving. Mahmoud krijgt op zijn woonplek ook ondersteuning en begeleiding door medewerkers van het Jeugd Interventie Team (JIT), onderdeel van Xtra.

Mahmoud is heel blij dat hij mede door de hulp, ondersteuning en begeleiding zijn eigen leven kan leiden in Den Haag. Tijd om iets terug te doen, vindt hij. Mahmoud gaat actief op zoek naar vrijwilligerswerk. Via via komt hij terecht bij een daklozenopvang in Den Haag. Hij is verbaasd dat er in een rijk land als Nederland zoveel mensen geen thuis hebben. Mahmoud gaat op eigen initiatief aan de slag om maaltijden voor te bereiden om Haagse daklozen te helpen. Dit doet hij met veel plezier. Ook zijn medebewoners van zijn Co-living plek helpen mee met het bereiden en rondbrengen van de maaltijden.

De warmte die hij van mensen ontvangt en de voldoening die hem dit geeft, maakt het voor Mahmoud dat hij besluit zijn initiatief voort te zetten. Voor zolang hij dit financieel redt. Hij koopt alle benodigdheden voor de maaltijden namelijk van zijn eigen spaargeld! Mahmoud ziet dit als zijn taak om iets terug te doen voor de samenleving. Zijn medebewoners zien het enthousiasme van Mahmoud en blijven helpen met de maaltijden.

Mahmoud tijdens het voorbereiden van de maaltijden

 

Missie Vadercentrum: 100.000 mondkapjes maken voor de stad

23 juni 2020

    
Als je het Vadercentrum (ondersteund door Xtra) in de Haagse wijk Laakkwartier binnenkomt, hoor je meteen het geratel van de naaimachines. Dag in dag uit komen vrijwilligers hier kleurrijke mondkapjes maken die gratis worden weggegeven. Het moeten er 100.000 in totaal worden dus de harde werkers zijn nog wel even bezig. “Vele handen maken licht werk.”

“Dankjewel Bilal! Ik denk dat ze er heel blij mee zullen zijn”, zegt vrijwilliger Louise tegen de coördinator van het Vadercentrum. De stapel mondkapjes die ze in haar hand heeft, neemt ze mee naar Parnassia waar de cliënten mondkapjes moeten hebben. “Voor de afdeling verslaving heb ik extra kleurrijke mondkapjes uitgezocht.” Veel welzijnsorganisaties en Voedselbanken hebben zich al gemeld en willen duizenden mondkapjes afnemen.

In het Vadercentrum wordt daarom keihard doorgewerkt. De plastic opbergdozen raken steeds voller. De vrijwilligers maken 300 mondkapjes per dag. Zeven dagen per week. De een knipt het katoen op de juiste maat, de ander strijkt vouwen in het lapje, de derde lockt de zijkanten, de vierde maakt het mondkapje aan de zijkanten dicht, een vijfde zorgt voor de elastieken en de zesde knipt alle losse draadjes af. Een doorlopend proces onder begeleiding van de kleermakers.

Grootste lol
Het team is inmiddels goed op elkaar ingespeeld en heeft de grootste lol met elkaar. “Wat moet ik de hele dag thuis?! Het is hier veel gezelliger. Ik ben een doener en nu kom ik ’s avonds voldaan thuis”, zegt de 71-jarige Eef die losse draadjes van de mondkapje knipt. Die taak doet hij samen met de 47-jarige Dennis. Hij heeft een bipolaire stoornis en is afgekeurd. Vrijwilligerswerk geeft hem structuur. “Ik voel me gewaardeerd en krijg een glimlach van mensen. Dat is me 100.000 keer meer waard dan een salaris.”  

Zaida is ook een van de harde werkers die achter de naaimachine zit. Door de coronamaatregelen kan ze haar eigen werk niet uitvoeren en is alleen. “De muren kwamen op me af en nu kan ik me in de coronacrisis toch nog een beetje nuttig maken. Ik kom zeven dag in de week maar werk op mijn eigen tempo.” Ze zit naast de 29-jarige Iris, zelfstandig vormgever. “Ik zit door de crisis tijdelijk zonder werk.Ik woon hiernaast en ben hier binnen gelopen om te helpen. We maken er samen een feestje van.” 

Van en voor vrijwilligers
Het Vadercentrum bestaat al twintig jaar en is een buurtcentrum van en voor vrijwilligers. Het centrum heeft vier projecten: het buurtvadersproject, de Weggeefwinkel, het Klusteam en het Repaircafé. In ‘gewone tijden’ komen wekelijks zo’n 800 mensen langs. De een om te eten, de ander voor de weggeefwinkel of voor het bijwonen van lezingen of dialoogbijeenkomsten of het volgen van cursussen zoals een naaicursus. Ruim 800 mannen behaalden een certificaat. 

Door de coronatijd was het Vadercentrum niet meer toegankelijk. Bilal en zijn kompanen hebben meteen belcirkels opgezet met tien personen per groep. Zij zijn elke dag mensen in de wijk gaan bellen om te vragen naar hun gezondheid en gesteldheid. Dat hebben ze wekenlang gedaan. Ook hebben vrijwilligers kaartjes geschreven naar bejaarden in ouderencentra, zijn boeken uit de weggeefwinkel op tafels voor de deur gelegd zodat mensen die gratis konden meenemen of ruilen, is een muziek gespeeld voor mensen in de wijk, tour d’amour. “We hebben niet stil gezeten”, zegt Bilal met enige trots.

Meer dan een buurthuis
Het Vadercentrum is eigenlijk meer dan een buurthuis. “Ons centrum heeft een ziel die voelt wat er aan de hand is in de wijk. En die ingrijpt als het nodig is. Dat kan zijn aIs er ergens overlast met jongeren is, kunnen we onze buurtvaders erop afsturen. Maar ook als we signaleren dat het met iemand niet goed gaat, trekken we ‘m naar binnen als vrijwilliger. Tijdens de coronaperiode merkte ik dat een van de vrijwilligers door de eenzaamheid heel somber was en suïcidale gedachten had. Ik heb hem elke dag gebeld, heb hem geprobeerd in zijn kracht te zetten en heb hem taken gegeven in het Vadercentrum. Daardoor voelde hij zich weer gezien.”

Dagbesteding
Het Vadercentrum pakt alles aan met en door bewoners. Of het nu gaat om huisvuil- of geluidsoverlast, hangjongeren, eenzaamheid of huiselijk geweld. En nu met het omvangrijke mondkapjesproject laat Bilal weer zien: alles kan. “De mondkapjes zijn geen doel maar een middel om mensen een dagbesteding te bieden. Hoogste doel is gezelligheid, niet in je eentje thuis hoeven zijn, het gevoel nuttig te zijn en een bijdrage kunnen leveren. De komende anderhalf jaar zijn we daar nog wel mee bezig.” 

Wil je een bijdrage leveren? Het Vadercentrum heeft textiel (katoen) nodig. Lever dekbedovertrekken of lakens in op het Jonckbloetplein 24 in Den Haag.

Tekst: Merijn van Grieken
Fotografie: Vadercentrum