Het verhaal van

Het verhaal van

Manon van der Loo
Sociaal werker jeugd en ouderenconsulent MOOI

Manon van der Loo. Werken aan zelfredzaamheid; de transitie in ons werk

07 mei 2015

Ik kwam, tijdens de wijkbijeenkomst 'Jeugd in Beeld', in contact met Lijn 1. Deze stichting werkt aan gezonde wijken met gezonde burgers samen met de eerstelijns professionals in de wijken en buurten van de regio Haaglanden.  Zij vroegen mij  een reactie te geven op 3 vragen over de gezonde wijk. Het interview is in de nieuwsbrief van Lijn1 geplaatst. Het onderwerp van de nieuwsbrief is 'Werken aan zelfredzaamheid: de transitie van uw professie?' Hieronder de vragen die Lijn 1 mij stelde.

1. Wat versta jij onder een gezonde wijk?
Een gezonde wijk betekent voor mij een sociale, veerkrachtige wijk, in beweging: waar burgers voldoende sociale ondersteuning ervaren vanuit hun eigen netwerk, fysiek de ruimte krijgen om zich te kunnen bewegen én de mogelijkheden hebben om zich op alle levensgebieden optimaal te kunnen ontwikkelen. Ik geloof er in dat hoe meer je je mogelijkheden, talenten en vaardigheden kunt ontplooien en benutten, hoe groter je zelfredzaamheid is en je gevoel van eigenwaarde. Dit zorgt, naar mijn mening, voor een groter geluksgevoel, oftewel een groter gevoel van welzijn. Daarbij is van belang dat zelfredzaamheid en zelfzorg gestimuleerd worden en waar nodig ondersteuning geboden kan worden, zowel vanuit een persoonlijk netwerk als zorg- en welzijnsprofessionals.
 

2. Hoe kan volgens jou in het algemeen gesproken een gezonde wijk gerealiseerd worden.
Faciliteiten en gelegenheden creëren waarin burgers gestimuleerd worden om te bewegen, te leren en elkaar te ontmoeten, waarbij zij de mogelijkheden hebben dit zelf te organiseren, kunnen volgens mij bijdragen aan de realisatie van een gezonde wijk. Een opvangnet waarop burgers kunnen terugvallen wanneer zij problemen zelf niet meer kunnen oplossen, maar die de burger blijft stimuleren om zijn of haar eigen kracht te vinden en te gebruiken, is daarin onmisbaar.

3. Wat moeten volgens jou professionals in zorg en welzijn in huis hebben om een goede bijdrage te kunnen leveren aan die gezonde wijk? Professionals in zorg en welzijn moeten kennis hebben van elkaars rol en functie in de wijk, elkaar kunnen vinden en met elkaar én de burger zelf kunnen overleggen, om met zo min mogelijk zorg- en/of hulpverlening, de zelfredzaamheid van de burger zoveel mogelijk te stimuleren. Eén regiehouder, die er samen met de burger voor zorgt dat hij of zij de regie over eigen leven kan behouden of terugnemen. De zorg -en/of hulpverlening informeert, adviseert en biedt zorg en verwijst door naar specialistische zorg, waar dit noodzakelijk is. Zichtbaarheid in de wijk voor elkaar als professionals en voor burgers is daarbij

essentieel, voor het creëren van een vitaal (, sociaal en totaal) netwerk. In de wijk Wateringse Veld worden op dit moment veel verbindingen gelegd tussen bijvoorbeeld eerstelijnszorg, tweedelijnszorg, nuldelijns-zorg en welzijn, waardoor mijn inziens goede stappen worden genomen naar een (nog) gezondere wijk!

Marije Arnouts
Makelaar Maatschappelijke Stages

Marije Arnouts over het enthousiasme van jongeren voor vrijwilligerswerk

23 maart 2015

MOOI is in Zoetermeer gestart met JIJDoet, een innovatief veranderproject dat uit gaat van de intrinsieke motivatie van jeugd voor vrijwilligerswerk. Het project komt voort uit de voorheen verplichte maatschappelijke stage, waarin jongeren vanuit school kennis maakten met vrijwilligerswerk. 

JijDoet is een project waarbij de omslag van moeten naar willen het uitgangspunt is. We kijken naar wie een jongere is, waar zijn of haar talenten liggen en wat hem of haar in beweging brengt om maatschappelijk betrokken te zijn. Vervolgens spelen we hier op in door de juiste partijen samen te brengen en door ruimte te maken om jongeren zelf hun ideeën te laten uitvoeren. Denk aan duidelijk zichtbare projecten of evenementen die fris, aantrekkelijk en actueel zijn maar altijd met een maatschappelijke doel of karakter. Wij zijn overtuigd dat talenten en drijfveren van jongeren kunnen worden ingezet om een maatschappelijke bijdrage te leveren. Dat de energie en ideeën die zij hebben een verschil kunnen maken. Een samenleving waarin iedereen meedoet en verantwoordelijk is voor zijn of haar leefomgeving, begint ten slotte bij de jeugd. Jong inspireert jong; dat is de bedoeling!’ 

Geen tijd of suf imago
Uit onderzoek, bijeenkomsten met jongeren en uit opgedane ervaringen met de maatschappelijke stage in de afgelopen jaren is gebleken dat jongeren weinig tijd hebben (door school, bijbaantjes, vrienden) om zich vrijwillig in te zetten voor een ander of een maatschappelijk doel. Daarnaast vinden zij dat vrijwilligerswerk vaak niet goed aansluit bij wat ze leuk vinden en waar ze goed in zijn. Het imago van vrijwilligerswerk en maatschappelijk betrokken zijn speelt hierbij ook een rol. Bovendien twijfelen ze of de investering die ze moeten doen wel voldoende oplevert.

jongeren in zoetermeer

Verleiding
Over het algemeen is het motief van jongeren voor het doen van vrijwilligerswerk vooral dat zij het leuk vinden om anderen te helpen en hier een goed gevoel van krijgen. Andere motieven zijn: waardering en respect krijgen, werkervaring opdoen, iets leren en andere mensen leren kennen. Jongeren blijken eerder in verleiding te komen om maatschappelijk betrokken te zijn als het ‘hip’ is en als het aansluit bij wat jongeren kunnen en leuk vinden. Liefst met een vorm van beloning en vooral met een niet te zware verplichting. Jongeren hebben een voorkeur voor korte en projectmatige klussen. Deze informatie, meermalen uit de eerste hand ontvangen door het team van JijDoet, in combinatie met een deelname aan de Zomerschool van het Oranje Fonds, was deze informatie aanleiding voor de ontwikkeling van dit project.

Meer informatie? Neem contact op met Marije Arnouts via m.arnouts [at] stichtingmooi.nl en ga naar www.facebook.com/jijdoet.

Ingrid van der Stijl
Sector manager Voorschool peuterspeelzalen 0-6 jarigen Escamp

Ingrid van der Stijl over kwaliteitszorg in Voorschool peuterspeelzalen

10 maart 2015

In de februari-uitgave van het HCO-nieuws vertelt Sector manager 0-6 jarigen Escamp, Ingrid van der Stijl uitgebreid over haar visie aangaande de kwaliteitszorg in Voorscholen.

Begin 2012 vulden de voor- en vroegscholen Kleine Beer en Grote Beer de scan Kwaliteitszorg VVE in. Catharina IJtsma en Ingrid van der Stijl gingen aan de slag met de opbrengsten. Ze organiseerden een terugkerend ‘kwaliteitsoverleg’ met de kwaliteitsmedewerker en directie. Daarnaast betrokken ze de peuterleidsters, leerkrachten groep 1-2 en klassenassistenten bij de visieontwikkeling. Dit deden ze door een aantal sessies te organiseren met HCO-adviseur Anne van der Gaag.

Wij-verhaal
Voor Catharina en Ingrid betekent kwaliteitszorg: een systematische manier waarop peuterspeelzalen en scholen omgaan met kwaliteitsbewaking. Catharina: ‘Bij kwaliteitszorg gaat het erom wat je met de peuters en kleuters wilt bereiken. Ik vind het belangrijk dat alle collega’s weten waarom zij de dingen doen. Ook hangt het voor mij samen met transparantie: hoe maak je kwaliteit zichtbaar en wat zijn de opeenvolgende stappen om te komen waar je wilt zijn.’ Ingrid onderschrijft dit: ‘Het is heel belangrijk dat iedereen wordt meegenomen in de stappen van de PDCA cyclus (red: zie kader) en betrokken is bij visievorming. In ons geval moesten Kleine Beer en Grote Beer een VVE-visie formuleren. Samen hebben we nagedacht over wat onze visie praktisch inhoudt. Bijvoorbeeld ‘veiligheid creëren’. Dit hebben we onder andere vertaald naar kinderen een handje geven bij binnenkomst en op ooghoogte van het kind praten. Het is echt een wij-verhaal geworden.’

Taken en rollen
Een van de opbrengsten van de scan Kwaliteitszorg VVE was het vastleggen van taken en rollen van het VVE koppel. Ingrid: ‘Onze verantwoordelijkheden waren wel bekend en iedereen wist elkaar goed te vinden, maar deze stonden nergens vastgelegd en geregistreerd.’ Catharina vult haar aan: ‘We zijn weer opnieuw gaan nadenken: bij wie hoort die rol eigenlijk en wat heeft dat voor consequenties voor de werkvloer. De rollen en taken hebben we nu belegd in ons visiedocument.’

Kijkwijzer
Naast het visiedocument hebben de medewerkers ook een Kijkwijzer ontwikkeld om de visie binnen de groepen te observeren. De wijzer toetst al het zichtbare gedrag op aspecten als pedagogisch en didactisch handelen en professionalisering. Catharina licht toe: ‘Gaandeweg kwamen er steeds meer zaken bij die we een plek moesten geven in de Kijkwijzer. Denk aan Passend Onderwijs, ons leerlingvolgsysteem KIJK! En ons VVE-programma Kaleidoscoop. We konden Anne van der Gaag (KIJK! en Kaleidoscoop trainer) hierin om advies vragen.’ Volgens Ingrid moesten ze waken dat het kwaliteitssysteem geen ‘papieren tijger’ werd. ‘Je moet wel kritisch blijven. Door nieuwe ontwikkelingen kunnen andere afspraken niet meer haalbaar zijn of niet werken, dan is bijstellen noodzakelijk.’

Samenwerking
Vertrouwen was de succesfactor van hun samenwerking, aldus Ingrid. Catharina is het daar mee eens: ‘Ingrid en ik kennen elkaar al lang. We kunnen terugkijken op een geweldige samenwerking, waarin we duidelijk en open naar elkaar zijn.’ Volgens beide collega’s hebben ze de VVE door de scan Kwaliteitszorg een goede kwaliteitsimpuls gegeven. Ze zien dat de doorgaande lijn tussen de voor- en vroegschool is verbeterd. Catharina: ‘Ouders ervaren een warme en prettige cultuur als ze hun kinderen naar onze peuterspeelzaal brengen en zien deze cultuur ook terug als hun kinderen doorstromen naar onze basisschool.’ 

Dorinde van der Neut
i-shop medewerker

Dorinde van der Neut: bouwen aan een netwerk

19 februari 2015

Voordat er sociale wijkzorgteams waren, bouwde ik met collega sociaal werkers al aan verbindingen tussen bewoners in de wijk. Tot 1 januari 2015 maakte ik deel uit van De Hofcirkel, een voorloper van het huidige sociale wijkzorgteam in de wijken Regentesse- en Valkenboskwartier in Den Haag. Ik ben oprecht enthousiast over wat de samenwerking tussen zorg, welzijn en gemeente oplevert voor bewoner.

 

Mensen helpen zichzelf

Ik vind het vanzelfsprekend de wijk te zien als een bijzondere mogelijkheid om mensen met elkaar te verbinden. In het begin waren de zorg en de gemeente positief verrast over wat welzijn bereikt met vrijwilligers in de buurt. Mensen helpen zichzelf te helpen, is inmiddels niet alleen meer voor mij en mijn collega’s het devies. Er is overduidelijk een maatschappelijke tendens zichtbaar: De zorg en de gemeente zijn zelf ook heel actief. Het is echt een beweging die we met z’n allen maken. Als mensen zelfstandiger worden en meer voor elkaar zorgen, dan is er minder professionele hulp nodig.

Elkaar leren kennen

Ik merkte al snel hoe belangrijk het is elkaar als samenwerkingspartners echt te leren kennen. Toen de zorgmedewerkers ons als welzijn goed leerden kennen, wisten ze ons ook te vinden voor bijvoorbeeld het inschakelen van vrijwilligers. Zo kon de zorg meer tijd besteden aan specialistische dingen. Je kunnen richten op waar je goed in bent maar ondertussen snel je collega’s kunnen benaderen, dat is  wat ik  de kracht van het samenwerken vindt. Binnen het sociale wijkzorgteam bel je elkaar gemakkelijk en kun je elkaar om advies vragen. Om elkaar te leren kennen, gingen zorg en welzijn samen bij cliënten op huisbezoek, nog steeds een beproefde methode. Samen kun je situaties beter inschatten en zo ontwikkel je meteen een generalistische blik.

Contact met de wijk

De sociale wijkzorgteams zijn zeer actief maar bestaan nog maar kort. Er is dan ook logischerwijze ruimte voor verbetering. Er zijn nog wel zaken die beter kunnen. Binnen het team raak je goed op elkaar ingespeeld maar de organisaties erachter moeten soms nog een stap zetten en dat kost tijd. Zo is het steeds weer betrekken van het eigen netwerk van de cliënt iets dat nog niet altijd even vanzelfsprekend is. Ook zie ik nog wel wat overlap in de verschillende overleggen die er zijn en zou de afstemming nog wat beter kunnen. Mijn eigen wens voor de toekomst is dat we vanuit de kern van het sociale wijkzorgteam nog meer contact hebben met de wijk zodat woningcorporaties, de wijkagent, de huisartsen, de bewonersorganisaties en de bewoners zelf nog beter de weg naar het sociale wijkzorgteam weten te vinden. 

Irmgard Winter
Consulent gezonde leeftstijl Zebra

Irmgard Winter; zij laat u kennismaken met Ambassadeur Gezonde Leefstijl Naïsha

03 november 2014

Veel inwoners van Den Haag, jong en oud, hebben moeite met hun gezondheid of gewicht en weten niet altijd wat ze hieraan kunnen doen. Zebra en MOOI zijn daarom gestart met het project Ambassadeurs Gezonde Leefstijl. Wij werken hierbij samen met scholen, CJG, jeugdgezondheidszorg, sportverenigingen en andere partners aan bewust gezonder leven.

Ambassadeurs Gezonde Leefstijl kunnen ouders, opvoeders maar ook jongeren zelf zijn. Zij informeren mensen in hun eigen wijk over een gezondere manier van leven. Naïsha is zo'n actieve vrijwilliger uit de Stationsbuurt. Dit voorjaar heeft zij samen met een groep enthousiaste bewoners uit de buurt onze training Ambassadeur Gezonde Leefstijl gevolgd. Haar kijk op haar ambassadeursschap deel ik graag met jullie.

 door HENRIËTTE GUEST

foto Stadskrant door H. Guest

Het verhaal van Naïsha

Een groot probleem waar we echt iets aan moeten doen, vind ik, is de ongezonde leefstijl in veel gezinnen. Daardoor ontstaan problemen als stress, overgewicht en hart- en vaatziekten. Ik heb de training Ambassadeur Gezonde Leefstijl gevolgd. Daar leer je van alles over bewegen, voeding, opvoeding en omgaan met stress. De bedoeling is dat we die kennis overbrengen op kinderen en ouders.

Goede hulp begint volgens mij met het voorkomen van problemen. Dat kinderen te dik worden of dat ze achterblijven op school, daar zijn de ouders natuurlijk als eerste verantwoordelijk voor. Maar een goede opvoeder heeft naast liefde ook kennis nodig. Hoe kun je zorgen dat je kind de goeie dingen doet en de foute dingen laat. Wij proberen als Ambassadeurs Gezonde Leefstijl die kennis over te brengen. Dat doe je eigenlijk de hele dag door: op het werk, op school of in de buurt.

Zorgen voor de ander

oranjeplein

Afgelopen zomer heb ik meegewerkt aan een sportweek voor kinderen op het Oranjeplein. De hele week waren er activiteiten. We hebben presentaties gegeven en een quiz over gezond leven gehouden. Ouders kwamen kijken en zagen hoeveel plezier de kinderen hadden. Zo’ n activiteit is hartstikke leuk en tegelijkertijd kun je de mensen informatie geven. 

We zullen in de toekomst steeds meer elkaar moeten steunen bij de opvoeding en de zorg. Vroeger was dat vanzelfsprekend. In de familie en de buurt keken de mensen naar elkaar om. We leven nu in een heel andere tijd. Iedereen heeft het druk. Toch moeten we in dat drukke leven ook ruimte maken voor zorgzaamheid. Maar ik vind wel dat er een grens zit aan wat we van vrijwilligers en mantelzorgers kunnen vragen. Soms is de last gewoon te groot en te ingewikkeld. In die situatie blijft altijd professionele hulp nodig.

Anne Hans
Sr. opbouwwerker

Anne Hans: senior opbouwwerker "Je hebt Gekke Henkies nodig om iets te verbeteren"

25 september 2014

Buurtgenoten aan elkaar koppelen dat is na de invoering van de WMO, naar mijn idee steeds meer de taak van ons als opbouwwerkers. Niet koppelen in dienst van Cupido, maar ten dienste van eigen kracht. Wijkbewoners zullen steeds meer voor elkaar moeten zorgen. De boodschappen doen voor de bedlegerige overbuurvrouw, bijvoorbeeld. Toen ik zeven jaar geleden begon organiseerden wij professionals nog grote activiteiten voor de buurt. Dat is er al uit. Wij ondersteunen alleen de wijk en haar bewoners, dus als niemand zoiets wil organiseren, nou dan niet. Met de nieuwe wet zal dat terugtrekken verder doorzetten. We zullen ons vooral gaan richten op de meest kwetsbaren.

Om straks die meest kwetsbaren te helpen zal het mijn taak worden en de taak van mijn collega’s om de buurt te mobiliseren. Door gewoon aan te bellen bij mensen en te vragen: wat vindt u van uw wijk? Waar heeft u behoefte aan? Wat kunt u goed? En hen informeren over wat er speelt in de wijk. En te vertellen waar hulp nodig is. Daar komt vaker wat uit voort dan je zou denken. Om te laten zien dat dit al positieve resultaten oplevert, beschrijf ik hier voor jullie graag twee voorbeelden.

Gekke Henkies
De Buurt Bestuurt is een initiatief waarbij de buurt, de politie en gemeente vertelt wat ze belangrijke punten vindt voor de wijk. De verkeersveiligheid bij een basisschool bleek voor veel mensen een punt van zorg. De politie gaf aan dat ze daar wat aan wilden gaan doen maar dan wel samen met buurtgenoten. Deze konden dan helpen door bijvoorbeeld andere bewoners aan te spreken op hun gedrag. Bewoners zien dat een paar buurtgenoten de politie helpen en denken eerst: gekke Henkies. Maar ja, je hebt wel die gekke Henkies nodig om iets te verbeteren. En die actieve buurtbewoners kregen later ook waardering voor die verbetering.

Bakfiets met speelgoed
Een ander mooi voorbeeld is het project waar kinderen het voor het zeggen hebben in het kader van kindvriendelijke wijken. Het was onze rol om kinderen en professionals elkaar te laten begrijpen. Of eigenlijk hadden de kinderen hadden het voor het zeggen bij het project Kindvriendelijke wijk, in Vrederust. We gingen met de kinderen aan de slag om uit te vogelen waar zij en hun buurtvriendjes nou echt behoefte aan hadden. Er kwamen ideeën uit als een hokje met speelgoed waar kinderen terecht kunnen die niet veel eigen speelgoed hebben.In de gesprekken met de professionals moest ik hen steeds terugbrengen tot wat de kinderen wilden. Hun wensen waren steeds vertrekpunt van gesprekken die dan allerlei kanten uit waaierden. De professionals moesten echt leren kijken vanuit de kinderen. Heel leerzaam. Nu rijdt de kinderwerker regelmatig rond met een bakfiets met speelgoed. Skates bijvoorbeeld, speelgoed dat ook tot fysieke actie aanzet.


De gemeente was zo tevreden met de input die de kinderen leverden, dat in vijf buurten in Escamp er kindvriendelijke acties zijn uitgevoerd. Zo zijn er twee speelroutes aangelegd die weer grotendeels bedacht zijn door de kinderen. Eén van de speelroutes is aangelegd in een buurt waar de straten smal zijn en er weinig speelruimte is. Op de stoep zijn lijnen voor spelletjes getekend, zoals Maria Koekoek. Op stoeptegels worden de regels uitgelegd, zodat iedereen de spelletjes kan spelen. Het is essentieel om kinderen vast mee te geven dat de buurt ook van hen is en dat het vanzelfsprekend is om iets te doen voor de mensen in je wijk. Als je dat op jonge leeftijd al leert, pakt dat op latere leeftijd positief uit.

Joannemie van Dijk
Ouderenconsulent MOOI

Joannemie van Dijk, ouderenconsulent: een dag integraal werken.

16 september 2014

Ik ben Joannemie van Dijk, ouderenconsulent bij VÓÓR Welzijn. Wij zijn binnen Xtra steeds intensiever met elkaar aan het samenwerken. Ook het integraal overleg tussen gemeente, welzijn en zorg in sociale wijkteams krijgt steeds meer vorm. Ik wil graag laten zien hoe een concrete dag van een ouderenconsulent er uit ziet. Een dag waarin wij met elkaar en vrijwilligers maar ook met de gemeente en andere partners steeds intensiever samenwerken en hoe goed dat werkt.

9.00 uur: de dag begint in het wijkcentrum

Ik start in wijkcentrum Bezuidenhout en bekijk mijn binnengekomen berichten van en over ouderen en mantelzorgers; onze doelgroep van het Ouderenwerk. De nieuwe aanvragen voor huisbezoeken zet ik meteen uit onder de ploeg signalerende huisbezoekers en ik bekijk vluchtig de agenda van de dag. Behoorlijk VOL denk ik….’Dat wordt prioriteiten stellen’.

9.30 uur: het is tijd voor ons intercollegiale overleg van het team Ouderenwerk  in Haagse Hout.
Belangrijke ervaringen delen we met elkaar en ontwikkelingen bespreken we samen. Zijn er nieuwe trends? Ja, er is angst onder ouderen na een inbraakgolf. Wij besluiten tot een voorlichting babbeltrucs en inbraakpreventie in de betreffende wijk. Dan bespreken we nog of er andere trends gesignaleerd zijn waar op ingezet moet worden? Met regelmaat sluiten onze samenwerkingspartners op bepaalde thema’s aan bij dit overleg.

11.00 uur: ik ga nu op huisbezoek
Via mantelzorgers komen vaak aanvragen binnen voor een huisbezoek. Dit keer gaat het om een mevrouw die door het plotseling wegvallen van haar man de administratie niet meer op orde weet te houden. Afhankelijk van de vraagstelling gaat er bij de intake gelijk een vrijwilliger met mij mee. Deze schept samen met de cliënt overzicht zodat er weer grip komt en iemand weer helemaal zelfstandig verder kan. Deze week heb ik ook bezoekafspraken rondom opspelende geheugenproblemen, eenzaamheid, vervoersmogelijkheden en huishoudelijke verzorging, verslavingsproblematiek en financiële uitbuiting.

huisbezoek bij dame

14.00 uur: onze terugkoppeling aan het sociale wijkteam
Via de Meldcode van de gemeente is de multi-problematiek rondom een wijkbewoner gemeld door de woningbouwcorporatie. Deze is opgepakt in het sociale wijkteam; het samenwerkingsverband tussen welzijn, zorg en gemeente. Een ouderenconsulent koppelt het deel van de casusbehandeling vanuit welzijn terug. Wij denken aan ondersteuning bij de verhuizing door middel van een fondsaanvraag, inzet van de Burenhulpcentrale en eenzaamheidsaanpak via het inzetten van een Reakt buddy. Vanuit Zorg wordt er vanuit een andere invalshoek naar gekeken zij gaan aan de slag met de huishoudelijke en persoonlijke zorg. Vanuit Gemeente wil men kijken naar de bijstelling van de zorgindicatie en welke voorwaarden aan de nieuwe woning moeten worden gesteld (o.a. verwijderen drempels en aanbrengen traplift). Tot slot is er een afspraak gemaakt met de politie en Parnassia om de cliënt te monitoren. Een geslaagd integraal overleg tussen deze drie partijen.

17.00 uur: de dag zit erop
Tussendoor heb ik nog veelvuldig contact gehad met samenwerkingspartners, zoals een huisverpleegkundige, casemanager dementie, een WMO consulent en de huisarts van een cliënt. Daarnaast met enkele van de vrijwilligers gesproken, die, op zoveel verschillende manieren, van grote waarde zijn in hun ondersteuning aan de doelgroep en aan ons als ouderenconsulenten.

Voordat ik naar huis ga, verzorg ik nog de nodige registraties en vul nog even mijn to-do lijst aan voor morgen. De dag is weer omgevlogen!

Barry van Straten
Kinderwerker VÓÓR Welzijn

Barry van Straten: 'De wijk Waldeck bruist dankzij vrijwilligers.'

16 juni 2014

Ik ben sinds april 2010 werkzaam als kinderwerker in stadsdeel Loosduinen. Ik verzorg op meerdere locaties naschoolse sport- en spelactiviteiten voor kinderen van 4 t/m 12 jaar. Sinds jaar en dag komen veel verschillende kinderen hier op af. Zo bewegen zij op een veilige en leuke manier na schooltijd.
Naast het feit dat ik veel kinderen heb leren kennen, heb ik ook veel ouders van kinderen leren kennen. Een aantal van deze ouders vindt het zo leuk om betrokken te zijn bij de belevingswereld van hun kinderen, dat zij zich hebben opgegeven als vrijwilliger. Een jaar of drie geleden zijn we in Waldeck begonnen met het leggen van een stevig fundament op het gebied van vrijwilligersondersteuning.

Kindjes in Waldeck

Het begon allemaal kleinschalig met het helpen bij naschoolse sport- en spellessen, het helpen bij open activiteiten en het voorzichtig mee helpen organiseren van uitstapjes. De afgelopen drie jaar heeft dit proces een enorme groei aangenomen. Zo zijn er een aantal volwassenen die zelfs activiteiten voor de buurt zijn gaan opzetten, op basis van het kinderwerk. Denk hierbij aan de Nationale Buitenspeeldag, Halloween, en thema middagen in Buurtcentrum De Geest.
Volwassenen krijgen hierin een steeds grotere rol en vinden het leuk om iets voor de buurt te betekenen.

Kindjes in Waldeck 2

Zo heeft er in Waldeck dit jaar (voor het derde jaar op rij) een Nationale Buitenspeeldag plaatsgevonden die is georganiseerd door een groep volwassenen.
Het eerste jaar was het nog wat onwennig, het tweede jaar wisten de volwassenen dit al een stuk beter te organiseren en dit jaar hebben zij vrijwel zelfstandig deze dag georganiseerd. Het is leuk om te zien wat voor een sfeer er op zo een moment ontstaat in de buurt. Men staat nu alweer te popelen om het volgende project op te zetten. De activiteiten die plaatsvinden brengen bewoners met elkaar in verbinding en het schept als het ware een stuk (vrijwillige) werkgelegenheid. Dit alles zorgt ervoor dat de kinderen een leuke tijd doormaken in de buurt. Dat de buurtbewoners hierdoor ook een nog betere band met elkaar krijgen en samen aan een levendige en veilige buurt werken is eigenlijk de slagroom op de taart.

Ook de persoonlijke groei die mensen doormaken is mooi om te zien. Er zijn zelfs bewoners die vanuit het vrijwilligers werk doorgroeien naar betaald werk en er zijn vrijwilligers die op meerdere plaatsen in de buurt vrijwilligerswerk zijn gaan doen.

Waldeck leeft!

Mary Spaans
Administratief ondersteuner opbouwwerk

Mary Spaans: mijn uitdaging als administratief ondersteuner in het opbouwwerk

15 mei 2014

1 mei 1992 treed ik als administratieve kracht voor 5 uur per week in dienst van SAW, de voorloper van stichting Boog. De sollicitatieprocedure wordt gedaan door de bewonersorganisatie met de vacature, in mijn geval in Duinoord. Mijn taak wordt het verzorgen en notuleren van de maandelijkse bestuursvergaderingen. Ambitieus begin ik aan deze functie. Naast het administratieve gedeelte krijg  ik al gauw te maken met het ondersteunen van de  vrijwilligers die zich inzetten voor hun leefomgeving. Ondersteunen dan niet in de letterlijke betekenis, maar hen met raad en daad helpen bij hun veel omvattende werk de wijk schoon, heel en veilig te houden.

Naast het werken met de vrijwilligers leer ik ook hoe het gemeentelijke apparaat en de politiek in Den Haag werkt. Contacten met ambtenaren en uitvoerders in de wijk maakt dat ik een netwerk krijg waarmee ik weet waar ik met vragen en situaties terecht kan. In de loop van de tijd worden mijn contracturen regelmatig uitgebreid. Als er bij een bewonersorganisatie vervanging nodig is of dat de bewonersorganisatie een nieuwe  start  maakt, word ik er op uit gestuurd om polshoogte te nemen en zaken weer op de rails te zetten. Die extra klussen maakt dat ik mij als een vis in het water voel. Met heel veel plezier stap ik op de fiets naar een voor mij nieuwe wijk met weer nieuwe mensen om te leren kennen en om zaken te regelen.

Binnen Boog was er ruimte om samen met de manager en een collega een standaardisatie van de werkzaamheden te ontwikkelen. Uitgangspunt was dat alle administratief ondersteuners een zelfde werkwijze hebben, zodat bij vervanging  direct de werkzaamheden overgenomen kunnen worden. Als  naslagwerk  hebben we het handboek voor de administratief ondersteuner gemaakt en de wegwijsmap. Deze laatste staat bij elke bewonersorganisatie op het secretariaat, daarin kan worden opgezocht  waar wat  in de administratie en pc gevonden kan worden.

Inmiddels met 22 jaar werkervaring en een ontwikkelde sociale vaardigheid ga ik nog elke dag met plezier naar mijn werk. Het contact met bewoners, gemeente, partners, collega’s is waardevol en draagt bij aan een sociale ontwikkeling en cohesie  van de wijk en haar bewoners. Ambitie om nieuwe collega’s,  werkgebieden en disciplines te leren kennen en mijn netwerk uit te breiden zie ik als een uitdaging. Nu st. Boog is opgegaan in Xtra en ik ben ingedeeld bij de werkmaatschappij St.Voor Welzijn ga ik deze uitdaging volop aan.

 

Kim van der Beek
PR en Communicatie van Survivalkid, Sensoor en de Kindertelefoon Den Haag

Kim van der Beek: De diversiteit van mijn werk in welzijn

31 maart 2014

Bio: Ik ben sinds 2004 werkzaam in de welzijnssector. Ik noem mijzelf een welzijnsmeisje en vind het enorm belangrijk dat er aandacht is voor bepaalde doelgroepen in de maatschappij. Waaronder eenzame mensen, kopp & kvo jongeren, mantelzorgers en kinderen.

Diversiteit De afgelopen weken zijn erg divers geweest qua werkzaamheden. Ik zorg voor de juiste content op onze website en intranet waardoor geïnteresseerden en vrijwilligers up to date zijn wat informatie betreft. Bijvoorbeeld over open dagen.

Ik heb namelijk onlangs een open dag georganiseerd voor mensen die interesse hebben om vrijwilliger te worden bij de telefonische- en chathulpdienst Sensoor en de Kindertelefoon Den Haag. Ik geef dan een presentatie over onze organisatie, de hulplijnen, de gespreksvoering die wij hanteren, onze verwachtingen van vrijwilligers en wat vrijwilligers van ons kunnen verwachten. Ook doen ze een luistertest en geef ik ze een rondleiding.

Op dit moment doen wij mee met de wervingscampagne van de Gemeente Den Haag, met Sensoor en Survivalkid. Die laatste is een website voor kopp & kvo jongeren van 12-24 jaar; kinderen van ouders met psychische problemen & kinderen van verslaafde ouders. Er hangen posters door heel de stad & in april is er een campagne waarbij er een telefooncel in het Atrium van het stadhuis geplaatst wordt waar onze posters in hangen. Daarnaast doen we een flyeractie waarbij we met een clubje vrijwilligers met één heel groot plastic oor op, promoten dat we op zoek zijn naar een luisterend oor. Zie de foto. In april wordt die actie herhaald.

Een luisterend oor

Ook had ik onlangs een gesprek bij het Wijndaelercentrum, een verzorgcentrum van Humanitas. Het gesprek met de chef-kok van de keuken ging over mijn idee om Sensoor folders bij eenzame mensen op de kamer en thuis te brengen, omdat zij eten bij mensen thuis brengen. De chef-kok was er erg enthousiast over & ging ermee akkoord. Hij gaat het zelfs aan de menu kaarten nieten. Dat is dus ook één onderdeel van mijn werk; de zichtbaarheid van de hulplijnen vergroten. Ook ben ik bij het budget restaurant DILL geweest & daar met de eigenaar gesproken. Ik wil graag dat daar Sensoor ansichtkaarten met de bon mee worden gegeven aan de klanten. Er zullen natuurlijk mensen met een klein budget komen, die vaak last hebben van psycho-sociale problemen. De eigenaar vond het een goed plan. Daar doe ik het voor; dat de doelgroep bellers/chatters wéten dat ze bij ons terecht kunnen als ze erover willen praten. En daarnaast natuurlijk doorverwezen kunnen worden naar organisaties voor professionele hulp. Dus ik heb gelijk maar extra folders laten drukken…

Ik heb ook regelmatig vragen van studenten die een voorlichting of interview willen over de Kindertelefoon, kindermishandeling en pesten. Dan sta ik weer voor de klas mijn verhaal te doen, erg leuk. Voorlichting geven we trouwens ook op basisscholen aan groep 7 en 8. En voor het Zorg en Welzijn Plein op vmbo scholen, waarbij ik met iemand anders vertel over onze ervaringen in het welzijnswerk. Zo krijgen jongeren praktijkvoorbeelden en hebben ze een idee wat ze kunnen verwachten bij een bepaald werkveld. Vorige week was het de week van Zorg en Welzijn, toen stond ik voor de klas bij het ROC in Ypenburg.

Het leiden van mijn intervisie clubje is ook weer heel divers; daarbij coach ik een groepje vrijwilligers waarbij we casussen uit de praktijk bespreken en elkaar feedback geven d.m.v. de ‘Hot Chair methode’. Kwaliteit is belangrijk in dit werkveld en zo blijven vrijwilligers zich ontwikkelen. Dat willen ze zelf ook heel graag. Ze vergezellen mij ook vaak bij een evenement of een vrijwilligersmarkt, zoals laatst bij het ROC Mondriaan & Aegon. Dan staan we informatie te geven aan mensen uit die wijk. Niet alleen de vrijwilligers zijn divers qua achtergrond, leeftijd, cultuur en opleiding, maar ook de doelgroep bellers: veertigers die in een scheiding zitten, oudere mensen die hun partner verloren, dertigers die werkloos zijn geworden, jongeren met financiële problemen, vrouwen die single en eenzaam zijn, mannen die slecht contact met hun kinderen hebben.

Die diversiteit maakt mijn werk ontzettend leuk en afwisselend & het past ook goed in het welzijn. Iedereen heeft behoefte aan welzijn; een bepaalde kwaliteit van leven. Denk aan woonomgeving, sociale contacten, onderwijs, recreatie, werkgelegenheid en natuurlijk lichamelijke en geestelijke gezondheid. En als het ergens niet goed zit, zitten onze vrijwilligers dag en nacht klaar voor een gesprek.

Pagina's