Welkom

Andere en nieuwe dienstverlening in antwoord op de coronacrisis

Goede zorg, dienstverlening én de bescherming van de zwaksten in onze maatschappij liggen Xtra en al haar medewerkers nauw aan het hart. 
Daarom zal onze dienstverlening deze weken anders ingericht worden.

Lees hier verder

Wij hebben onze krachten gebundeld in Xtra

Op zoek naar wat wij voor u kunnen betekenen?

Bent u op zoek naar praktische informatie over wat wij doen, tijdstippen en locaties? Of wilt u meer weten over het nieuws uit de wijken? Klik dan op de buttons hieronder. U wordt dan doorgezet naar de websites van de betreffende organisaties.

Zebra WelzijnVOOR WelzijnMOOI WelzijnMEE ZHNJIPJITSMW +JongLeren

Welkom

Wij ondersteunen bewoners in hun kwetsbare periodes; wanneer zij het tijdelijk of langdurig moeilijk hebben omdat ze fysiek en/of mentaal niet goed in staat zijn deel te nemen aan de samenleving. Wij benutten hun talenten en mogelijkheden en geven hen de kans problemen zelf op te lossen, in en met hun sociale netwerk.

Meer over Xtra

Nieuws

ADO Kids: Sportieve samenwerking tussen Mooi welzijn en ADO Den Haag

22 oktober 2020

ADO Kids: Sportieve samenwerking tussen Mooi welzijn en ADO Den Haag
ADO Kids is ontstaan uit een samenwerking tussen Mooi welzijn (onderdeel van Xtra) en ADO Den Haag. Al sinds 2002 bouwen wij samen aan een langdurige relatie met kids van 0 tot 12 jaar. Primaire doelstelling is de kinderen te leren kennen, wat de mogelijkheid moet bieden om vroegtijdig zowel positieve als negatieve ontwikkelingen te signaleren. Daarmee wordt het mogelijk om kinderen op te voeden tot de positieve supporter van de toekomst. Eerdere projecten hebben bewezen dat de impact die een hoogwaardige voetbalclub heeft, kan worden aangewend om gedrag van de jeugd op een positieve manier te beïnvloeden. Sportiviteit en teamwork staan bij onze activiteiten centraal. Een dergelijk concept is binnen het Nederlandse betaald voetbal vooralsnog uniek!

Afgelopen maandag om verzamelden er ongeveer zestig ADO Kids bij De Aftrap, het jeugdcomplex van ADO Den Haag in het Zuiderpark. Ondanks de coronabeperkingen stond namelijk alweer de tweede ADO Kids-activiteit van het nog prille seizoen op het programma: een voetbaltoernooi!

Het toernooi werd georganiseerd met twee poules: één voor de kinderen van 9 en 10 jaar en één voor de kinderen van 11 tot en met 13 jaar. In beide poules speelden vier teams drie wedstrijden van vijftien minuten.
Tussen de partijen door vermaakten de ploegen zich met partijtjes onderling en het schieten op het ADO Den Haag-gatendoek. Het gebeurde helaas niet onder toeziend oog van de ouders en verzorgers die, vanwege de coronamaatregelen, een hele hoop mooie acties hebben moeten missen.

Een leuk gegeven was dat meerdere broers van deelnemers bereid waren gevonden om de wedstrijden te fluiten. Vaak hoefden zij overigens niet in actie te komen, want het ging er onderling zeer sportief aan toe.

Aan het eind van de ochtend kregen alle deelnemers bij de prijsuitreiking een mooie ADO Den Haag-medaille omgehangen. Een mooie en verdiende beloning na een gezellig toernooi.

 
Meer weten over ADO KIDS? Klik hier.
Bron

Young Leaders actief in Escamp

01 oktober 2020

Acht trotse buurtjongeren uit Escamp ontvingen dinsdagavond 29 september het certificaat Young Leader in de coronaproof aula van het mooie ontmoetingscentrum Morgenstond. Zij zijn geslaagd voor een training tot positief rolmodel die sociale activiteiten organiseert voor jong en oud in de wijk. Den Haag schaart zich daarmee in de landelijke rij van meer dan 30 gemeenten waar nu Young Leaders actief zijn.

De geslaagde jongeren vertelden één voor één in eigen woorden wat zij hebben geleerd in de 10-weekse training en welke activiteiten zij voor de wijk in petto hebben. Ze hebben meer zicht gekregen op zichzelf, hun talenten en hun toekomstplannen. Maar leerden ook om samen te werken en een activiteit te organiseren. En misschien wel het moeilijkste in het leven: de kunst om dit verhaal te presenteren voor een publiek.

In verband met de nieuwe coronamaatregelen is de uitvoering van plannen voor een bioscoop-dag voor alle leeftijden en een ontmoetingsdag voor jong en oud tijdelijk uitgesteld. U hoort ervan, zodra het weer kan.

De certificaten werden uitgereikt door Rene Baron, programmadirecteur Regiodeal Den Haag Zuidwest, en Irma Bolhuis, manager van welzijnsorganisatie Mooi welzijn (onderdeel van Xtra). Zij waren blij verrast met de presentaties en plannen van de nieuwe Young Leaders in Escamp.

Prachtig dat jongeren daar een actief aandeel in nemen. Wie volgt? Jongeren, maar ook vrijwilligers en professionals met interesse voor een Young Leaders training kunnen zich melden bij Rachid Amouach, jongerenwerker van Mooi welzijn, die dit initiatief met collega’s heeft begeleid: r.amaouch [at] stichtingmooi.nl / 06-43821753.

04 augustus 2020

Komende weken delen we verhalen over diverse werksoorten vanuit onze onderliggende organisaties. Hoe en waarmee bieden we aan kwetsbare mensen ondersteuning.
Medewerkers en hun cliënten vertellen over hun werkzaamheden en ervaringen.

Voor Yvonne is de hulp van de welzijnswerker van grote waarde!
Een mooi voorbeeld van wat welzijn voor mensen kan betekenen.

Wie: Yvonne Singerling (54), Cliënte Mooi welzijn

Hoe bent u in contact gekomen met het welzijnswerk in Den Haag?
‘Ik weet dat eigenlijk niet precies. Er speelden vorig jaar een aantal dingen tegelijk. Ik had op Facebook gereageerd op iemand die eten aanbood. Dat had ik niet voldoende, dus daar reageerde ik op. Het kan zijn dat die persoon het balletje aan het rollen heeft gebracht. Ook kan het zijn dat het naar aanleiding is van een bezoek dat ik vorig jaar bracht aan de sociale dienst. Ik zit in de bijstand en dan moet je af en toe langs komen om te laten zien dat je solliciteert en dergelijke. Daar vertelde Saskia Zwinkels (red: Mooi welzijn) dat mijn inkomen eigenlijk veel te laag was en dat ik recht had op extra inkomen. Sindsdien word ik door allerlei mensen gebeld waar ik het bestaan niet eens van wist. Of het nu de uitkeringsinstantie geweest is of via dat Facebookverhaal, dat durf ik niet meer te zeggen.’

Vindt u het vervelend of fijn dat u nu door verschillende mensen wordt gebeld?
‘Ik vind het erg fijn. Het dringt niet altijd even goed tot me door, want ik zit onder de medicatie, maar dat ze me helpen vind ik erg fijn. Er zijn zelfs mensen die hebben geholpen met eten voor mijn kat.’

Wie bellen er precies?
‘De eerste was Saskia. Dat was precies in coronatijd. Ze kon dus niet langskomen en ik was ook nog eens grieperig. Zij hielp om me aan te melden bij de voedselbank. Ook belde er daarna iemand van de gemeente, die hielp met een aanvraag voor schuldhulpverlening. Saskia had daar eerder al uitleg over gegeven. En dus die mevrouw van Facebook. Die helpt me ook nog steeds met van alles. Die schuldhulpverlening enzo, ik wist niet eens dat dat allemaal bestond. Ik kan dat zelf niet één twee drie bolwerken allemaal door die medicatie.’

Hoe is de coronatijd voor u geweest?
‘Ik zit altijd al binnen, dus dat is niet veranderd. Ik durf nauwelijks naar buiten, omdat ik snel in elkaar zak. Dat is vorige week ook weer gebeurd.’

Hoe komt dat?
‘Dat zijn restverschijnselen van een spierziekte die ik had toen ik 16-17 was: Guillain-Barré syndroom (GBS). Daar heb ik twee jaar voor in het ziekenhuis gelegen. Het ging zo slecht, dat ze me hebben moeten reanimeren. Ik was zelfs opgegeven. Uiteindelijk ging het langzaam maar zeker weer beter. Ik heb alles opnieuw op moeten bouwen: praten, lezen, schrijven, alles. Toen ik GBS kreeg was er nog niets over bekend. Er was ook nog geen medicijn voor, dat is ook de reden dat ik veel last heb van restverschijnselen.

Heeft u dat nog steeds?
‘Ja, ik heb nog steeds vaak pijn en ik zak dus soms spontaan in elkaar. Ik heb al die jaren wel doorgelopen, altijd gewerkt, maar dat gaat de laatste jaren steeds slechter.’

Wat voor werk heeft u gedaan?
‘Ik werkte als toezichthouder, als parkeerbeheerder, als controleur bij HTM, in de administratie bij de Consumentenbond, als medewerker bij Interim Justitia. Ik heb dus best wel veel gedaan. Rond 2015 moest ik stoppen, het ging gewoon niet meer. Ik zakte in elkaar en had veel pijn in mijn rug. Toen bleek ik ook nog een hernia te hebben en slijtage in mijn onderrug en in mijn heupen.’

Dus nu zit u vooral thuis? Heeft u steun van familie of vrienden?
‘Mijn zoon komt soms langs met zijn vrouw of de kleinkinderen. Soms eens per week, soms eens per maand.’

Vindt u het vervelend dat u bijna niet naar buiten kunt?
‘Niet echt, ik ben snel bang als ik buiten ben dat iemand me aanraakt of dat ik val. Mijn angst is te groot dus durf niet naar buiten. Ik ga alleen als het echt niet anders kan.’

Hoe vult u de dag?
‘Ik lees en ik puzzel, voor zover dat gaat. Want concentreren is soms lastig door wat ik allemaal heb meegemaakt enz en door de medicijnen. Ik heb een saai leventje.’

Wat betekent de hulp van iemand als Saskia voor u?
‘Heel veel. Ze kan goed luisteren. Ik hoop niet dat ik steeds een ander krijg. Ik houd er niet van om steeds verschillende personen te krijgen en telkens opnieuw mijn verhaal te moeten doen. Dan hoeft het voor mij niet meer.’

Wat doet Saskia voor u?
‘Ze heeft dus die schuldhulpaanvraag en voedselbank voor me geregeld. Ze heeft er ook voor gezorgd dat ik maaltijden thuis bezorgd kreeg. En ze controleert of het goed met me gaat. Ze belt me eens in de paar weken, en dat is prima.’

De hulp van de welzijnswerker betekent heel veel voor me

U bent pas op uw 54e in aanraking gekomen met welzijnswerk. Wat vindt u daarvan?
‘Als ik eerder had geweten dat het bestond, had ik er heel graag eerder gebruik van gemaakt. Bijvoorbeeld tijdens mijn scheiding, dat heeft vijftien jaar geduurd, een echte vechtscheiding. Hij stalkte me, schold me uit tijdens mijn werk en probeerde me steeds aan te rijden en dergelijke. Het is zo fijn dat ze nu helpen met belastingen, huur, schuldhulpverlening en dat ze een luisterend oor bieden.’

Waar komt u wel de deur voor uit?
‘Als het moet, boodschappen. De LIDL zit aan de overkant van de straat. En de buurman neemt me mee naar de voedselbank.’

Zou u het wel leuk vinden om ergens naartoe te gaan?
‘Nog niet eerlijk gezegd, maar dat heeft gewoon met mijn hele verleden te maken. Ik voel me niet eenzaam, maar ik vertrouw mensen niet, daar heb ik te vaak slechte ervaringen mee gehad en teveel voor mee gemaakt. Vandaar dat ik bij PSYQ onder behandeling ben. Althans, ik sta nog in de wachtrij maar krijg wel mijn medicijnen om rustig in mijn hoofd te worden.’

Wat zou de gemeente of een organisatie als Mooi welzijn nog meer voor u kunnen doen?‘Ik heb meerdere kleine schulden waarvoor ik afbetalingsregelingen had getroffen, maar ook nog één hele grote schuld. Die grote schuld wegwerken zou geweldig zijn. Verder heb ik niet echt dromen, ik doe gewoon mijn eigen ding. Ik val niemand lastig, dus mensen hoeven mij ook niet lastig te vallen. Ik heb ook af en toe telefonisch contact voor hulp met wat ze zeggen een vorm van CPTSS is. Toen ik een keer bij de huisarts zat, was daar ook een maatschappelijk werker of iets dergelijks waar ik een paar gesprekjes mee heb gehad. Na twee jaar heb ik besloten om me aan te melden voor hulp. Daar wacht ik nu al ongeveer een jaar op tot dat traject begint. Er is alleen een groepsgesprek geweest, dat was vlak voor de coronacrisis uitbrak. Ze wilden me toen naar een of andere instelling brengen, maar dat wilde ik echt niet. Ik wil niet uit mijn eigen omgeving weg, dat doe ik niet. Ik wil gewoon in mijn vertrouwde omgeving blijven. Maar ik weet niet goed wat ik er van moet verwachten allemaal. Even afwachten maar.’

Download hier het verhaal in pdf

De hulp van de welzijnswerker betekent heel veel voor me

 

03 augustus 2020

 

 

Komende weken delen we verhalen over diverse werksoorten vanuit onze onderliggende organisaties. Hoe en waarmee bieden we aan kwetsbare mensen ondersteuning.
Medewerkers en hun clienten vertellen over hun werkzaamheden en ervaringen.

Collega Saskia Zwinkels vertelt in dit interview over wat sociaal werk allemaal inhoudt.

Wie: Saskia Zwinkels (47)
Wat: Algemeen maatschappelijk werker /  sociaal werker
Waar: Mooi welzijn
Locatie: Rustenburg- Oostbroek - Leyenburg

Wat is het verschil tussen een maatschappelijk werker en een sociaal werker?
‘Een maatschappelijk werker is opgeleid om psycho-sociale hulpverlening te bieden aan mensen. Je richt je dan op mensen met een hulpvraag over bijvoorbeeld relaties, omgang met kinderen, financiën, het vinden van werk, het vinden van een nuttige dagbesteding. Het is heel breed. Mensen krijgen dan vaak 1-op-1 begeleiding, meestal kortdurend, bijvoorbeeld een beperkt aantal gesprekken. Er wordt ook groepsgewijs gewerkt, bijvoorbeeld door het verzorgen van trainingen. Onder sociaal werk vallen verschillende disciplines: maatschappelijk werk, ouderenwerk, jongerenwerk, participatiewerk.’  

Jij bent dus breed inzetbaar?
‘Ja, en ik werk op één van de zeventien Haagse Servicepunten XL. Dat zijn door de gemeente gesubsidieerde laagdrempelige voorzieningen waar mensen met problemen terecht kunnen. Ze bestaan sinds 2014 en er wordt veel gewerkt met open inloop, zodat mensen gelijk geholpen kunnen worden met hun vragen. Dat gaat dan vaak over de vraag waar iemand op dát moment mee zit. Dat is een valkuil, vooral als de werkdruk hoog is. Want vaak speelt er meer. Ons werk is om een plaatje te maken van iemands leven, om de problemen in kaart te brengen. Vervolgens kunnen we dan samen een plan maken om verbeteringen aan te brengen in de verschillende leefgebieden die we onderscheiden. Het doel is er voor te zorgen dat iemand weer zelfstandig verder kan.’ 

Hoeveel mensen kun je jaarlijks helpen in zo’n wat langer traject?
We hebben in ons Servicepunt XL Escampade 680 uur per jaar voor trajecten. Voor een traject wordt gemiddeld tien uur genomen, dat is inclusief gesprekken, verslaglegging en contact met derden. Dan kom je dus op 68 trajecten per jaar.’ 

We maken samen met mensen een plan om verder te kunnen

 

Is dat genoeg?
‘Als je mensen goed wilt begeleiden is dat lang niet genoeg. In mijn wijk alleen al zou het minstens het dubbele moeten zijn.’

Waarom krijg je die tijd niet?
‘Omdat er maar beperkt subsidie beschikbaar is vanuit de gemeente. Overigens hebben we naast die 680 uur ook nog negen dagdelen nodig om überhaupt open te zijn, waar ook mensen voor nodig zijn. Er we hebben collega’s nodig die de straat op gaan om mensen attent te maken op ons werk. Want niet iedereen vindt ons zomaar. Mensen die een bijstandsuitkering hebben, zijn vaak wel op de hoogte van onze voorzieningen, omdat ze informatie van de gemeente krijgen. Maar mensen met een inkomen uit werk die nooit met de gemeente van doen hebben, weten ons vaak niet  te vinden.’

Is dat een probleem?
‘Ja, zeker voor mensen die een flexibel contract hebben. Ze lopen snel de kans om een inkomen onder bijstandsniveau te krijgen. Ze weten dan soms niet dat ze recht hebben op een aanvulling, of dat ze recht hebben op een WW-uitkering. En dan weten ze ook niet dat wij ze kunnen helpen.’

Wat zou het maatschappelijk rendement zijn áls je wel het dubbele aantal uren zou hebben?
‘Je zou dan meer kwetsbare mensen kunnen vinden, omdat je daar dan meer mensen voor kunt inzetten. Je kunt daar een armoedeval mee voorkomen. Armoede is een killer, het is heel ontwrichtend, ook voor gezinnen. Armoede levert stress op en beïnvloed je functioneren. Mensen reageren slechter op brieven, krijgen een korter lontje, trekken zich terug, participeren minder, zijn minder zelfredzaam. Het levert eigenlijk alleen maar negatieve effecten op. Uit onderzoek blijkt dat zelfs het IQ achteruit gaat als mensen in armoede leven. En het wordt voor mensen ook alleen maar moeilijker om een baan te vinden als ze in armoede leven, door al die stress.’

Zou je dan kunnen zeggen dat in economische termen uitgedrukt meer welzijnswerk zou leiden tot meer besparingen op gemeentelijke uitgaven, of gaat dat te ver?
‘Uiteindelijk is dat echt zo. Want als sociaal werk er niet is en je laat mensen die armoedeval in gaan, dan kost dat de maatschappij zeker meer geld.’

Hoe werkt dat dan?
‘Het is een investering: het kost eerst geld doordat je iemand bijvoorbeeld in een schulphulpverleningstraject zet. Maar als je iemand zijn of haar veerkracht terug geeft kan de weg naar werk weer gevonden worden. En daardoor bespaar je. En dat geldt dus voor veel mensen: als we de tijd krijgen om iemand te begeleiden, geef je iemand zijn of haar kracht terug. Mensen hervinden hun zelfvertrouwen en daardoor gaan ze weer meedoen. Ze krijgen weer grip op hun leven en gaan zelf weer zelf keuzes maken.’

Als mensen geen gebruik kunnen maken van sociaal werk en de armoedeval ingaan, kost het de maatschappij meer geld

 

Heb je een concreet voorbeeld van hoe je dat doet?
‘Toen de coronacrisis startte half maart kwam er een centraal telefoonnummer voor mensen die hulp nodig hadden. Er meldde zich toen een vrouw die aangaf corona-achtige klachten te hebben en dat ze daarom niet zelf boodschappen kon doen. Wat bleek: die vrouw leefde al maandenlang van 16 euro per maand, omdat ze honderden euro’s per maand betaalde aan afbetalingsregelingen die ze zelf met schuldeisers had getroffen. Ik kon er op dat moment niks aan doen, want ik kon niet langskomen. Ik kon wel een verkorte aanvraag doen voor een voedselpakket. Eind mei kwam ze naar het servicepunt en praatten we verder. Ze bleek door omstandigheden een bijstandsuitkering te hebben, maar verder was er niks voor haar geregeld. Ze wist niet dat ze hulp kon krijgen, ze wist niet dat ze schuldhulpverlening kon krijgen, terwijl ze duizenden euro’s schuld had waar ze zelf niks aan had kunnen doen. Ze had altijd gewoon hard gewerkt, maar ging nu gebukt onder de stress en uitzichtloosheid. We konden haar nu vertellen wat er mogelijk was via schuldhulpverlening. Nu kan ze met behulp van advies haar financiële situatie direct stabiel gaan maken.’

Welke leeftijden hebben de mensen die je helpt?
‘Dat is erg gevarieerd. Wij krijgen hier in de wijk relatief veel mensen die tussen de 30 en 40 jaar zijn. Dat komt onder andere doordat er veel Poolse arbeidsmigranten in de wijk wonen. Zij leven vaak met veel mensen in één huis, of ze betalen een te hoge huur voor een slechte woning bij een particuliere huisbaas. Ze hebben ook vaak slechte arbeidscontracten en jonge kinderen en dat levert snel problemen op. Zo komen ze bijvoorbeeld niet meer in aanmerking voor kinderopvangtoeslag omdat ze in het verleden de toeslag niet of te laat hebben stopgezet. Niet bewust, maar gewoon omdat ze niet weten of en hoe dat moet. Maar dan komen ze dus in de knel met hun werk. Wij proberen daar dan bij te helpen.’

Wat zijn andere doelgroepen?
‘Over het algemeen kan worden gezegd dat mensen uit kwetsbare groepen bijv. met een lage sociaal economische status, ouderen en mensen die de taal niet machtig zijn vaak om hulp vragen. Wij zijn voor mensen het eerste aanspreekpunt voor heel uiteenlopende problemen. Mensen die zich met terugkerende psychosomatische klachten bij de huisarts melden, worden naar ons doorverwezen via ‘Welzijn op Recept.’

Er komen bijvoorbeeld ook veel oudere mensen langs die hulp nodig hebben bij wmo-aanvragen. Of mensen die hulp zoeken bij kwijtschelding van gemeentelijke en waterschapsbelastingen.’

Voelt het als dweilen met de kraan open, dat je vooral de gevolgen van problemen helpt oplossen, of heb je genoeg ruimte om ook de oorzaken van de problemen zelf aan te pakken?
‘Wij zeggen zelf vaak dat we alleen maar gevolgen aan het oplossen zijn. Vaak zijn dat de gevolgen van bureaucratie en procedures die te ingewikkeld zijn. Regelingen waar je alleen gebruik van kunt maken als je digitaal vaardig bent. Daaraan besteden wij veel tijd in ons werk. Te veel tijd, noodgedwongen helaas, daardoor kunnen we geen totaalbeeld krijgen van iemands problemen.’

Hoe zie je de toekomst wat dat betreft? Gaat het wel de goede kant op?
‘Ik zie dat er een aantal mensen in het werkveld zijn die goed in tekst en woorden kunnen laten zien wat er mis is en wat er aan scheelt. Ik heb de hoop dat hun inzet gaat helpen. Aanvragen worden waar mogelijk bijvoorbeeld vereenvoudigd en zoiets als de Ooievaarspas helpt ook goed. Maar iemand helpen kost gewoon veel tijd en die tijd is er helaas vaak niet. We proberen natuurlijk wel met de uren die we hebben overkoepelend te denken over hoe ook systemen en werkprocessen verbeterd kunnen worden, zodat we niet alleen individuele problemen telkens opnieuw aan hoeven te pakken.’

Wat is de impact van de coronacrisis geweest?
‘Mensen zitten nu nog thuis, maar we verwachten een tsunami aan hulpvragen. We maken nu een checklist, een stroomschema, waarmee we bijvoorbeeld financiële knelpunten kunnen nalopen. Wat doen we bijvoorbeeld als iemand uit huis gezet dreigt te worden? Vanaf het begin van de crisis stond het welzijn van mensen direct centraal. Want veel kwetsbare mensen konden ineens niet meer bij voorzieningen. Dat ging tijdens de eerste weken om de eerste levensbehoeften: maaltijden en boodschappen. We moesten direct schakelen om mensen die dat nodig hadden van eten te voorzien, volgens de behoeftenpiramide van Maslow. Wat later kwam eenzaamheid: mensen die niet meer naar buiten durfden, of door een arts geadviseerd waren binnen te blijven.’

Hoe is het nu?
De welzijnsorganisaties hebben gekozen voor één centraal telefoonnummer. Het nummer was in de eerste weken van de Corona crisis van 09:00-21:00 bereikbaar. Dat was goed. Er kwamen allerlei vragen. Zelfs ‘kan ik naast mijn partner in bed gaan liggen?’ Maar dus ook vragen over boodschappen, kwijtschelding, iets kunnen kopiëren, huiselijk geweld, eenzaamheid, van alles. Ook waren er mensen die belden dat ze een kwetsbare persoon in hun omgeving hadden. Die meldden bijvoorbeeld dat ze zich zorgen maakten om een buurvrouw die er slecht uit zag. We konden bij niemand naar binnen, maar bij het verstrekken van maaltijden door de kier van de deur kregen we vaak direct zicht op de armoede en het psychisch leed. Dat die doelgroep nu in het vizier is gekomen is heel fijn.’

Als sociaal werker zijn we enorm betrokken maar we moeten opletten dat onze eigen batterij niet opraakt

Kun je daar nu al iets mee?
‘Ja en nee. We hebben ze in het vizier, maar we lopen ook tegen de grenzen van de AVG aan. Dus het is soms erg ingewikkeld. En: we verwachten dus veel extra drukte, omdat meer mensen nu financieel in de knel komen door de coronacrisis. Daar zijn nog helemaal geen extra mensen of middelen voor. Dat maakt het lastig. Als sociaal werker zijn we enorm betrokken, maar we moeten dus ook echt oppassen dat onze eigen batterij niet opraakt, want we lopen ons nu het vuur uit de sloffen. Ik hoop dat de professionals van de gemeente snel weer bij ons op locatie aansluiten, zoals de specialist van de helpdesk Geldzaken. Dat zou enorm helpen. We hebben meer menskracht nodig om de toestroom van hulpvragen te kunnen opvangen.’

Download hier het verhaal in pdf

27 juli 2020

Komende weken delen we verhalen over diverse werksoorten vanuit onze onderliggende organisaties. Hoe en waarmee bieden we aan kwetsbare mensen ondersteuning.

Medewerkers en hun cliënten vertellen over hun werkzaamheden en ervaringen.

Mevrouw Clara van der Zwan zou de maandagen op het wijkcentrum niet willen missen!

Een mooi voorbeeld van de waarde van het ouderenwerk van welzijn.

Wie: Clara van der Zwan (74)
Wat: Cliënte Mooi welzijn
Waar: Den Haag
 

U was vergeten dat we vandaag dit interview zouden hebben en u haalde in het voorgesprek wat data, tijden en zelfs jaren door elkaar, is dat toeval?
‘Nee, ze zeggen dat ik dementerend ben. Ik vind het wel eens lastig om dingen te onthouden.’

Is het daardoor nu ook moeilijk te begrijpen wat er allemaal gebeurt in deze coronatijd?
‘Ik snap wel dat het ingewikkeld is. Zeker het begin was een hele moeilijke tijd. Ik kon niet naar Els komen en het was onzeker hoe alles zou gaan.’

Els is de sociaal werker van stichting Mooi toch? Hoe kent u haar?
‘Ja. Ik ga daar elke maandag naartoe. Bij hen is er altijd veel rust. En omdat Els veel van wandelen houdt gaan we veel weg. Ze trekt ons allemaal mee. Dat lopen is soms wat veel voor me. Ik ben 74, dus ik merk het wel. Maar ik vind het wel leuk hoor, het is goed om er uit te zijn,

U bent 74, dan heeft u ongetwijfeld al veel gedaan in uw leven?
‘Ja. Ik heb heel veel gewerkt, in een hotel gewerkt op Scheveningen. Ook heb ik samen met mijn vader de krant gelopen en mijn moeder geholpen met overleven, want zij was overspannen van de oorlog. Uiteindelijk overleed ze, en mijn vader ook. Ik heb 23 jaar lang een relatie gehad met een Turkse man. In het begin was het erg leuk, maar het werd erg moeilijk. Hij heeft uiteindelijk mijn zoon meegenomen naar Turkije, dat heb ik hem nooit vergeven. Nu doe ik niet zoveel meer, omdát ik 74 ben.’

Hoe bent u in contact gekomen met Els?
‘Ik kom daar al heel lang. Zeker van voor de coronacrisis. Maar ik weet niet hoe lang daarvoor. We wandelen dus, we hebben lunches aan gezellige eettafels, doen aan handenarbeid waarbij we poppetjes of kaarten maken. Het is altijd erg leuk. Maar ze vindt dus vooral dat wandelen leuk.’

We wandelen, hebben lunches en doen aan handenarbeid. Het is altijd erg leuk.

Doet u dat alleen met haar of in groepsverband?
‘In groepjes. Meestal met mensen die vaker komen. Sommigen zijn ouder dan ik, anderen jonger. Sommigen zie je maanden niet omdat ze in het buitenland zijn en dan ineens weer mee doen, anderen wat vaker.  Omdat je niet weet of ze er de volgende keer weer zijn., vind ik het niet zo leuk om zomaar contact te houden.

Heeft u behoefte aan regelmaat?
‘Soms. Ik kan op maandagen langs bij Els om koffie te drinken. Maar er mogen vanwege corona maar twee mensen binnen en je mag maar kort blijven. Dat is wel lastig. Verder fiets ik veel, door het park. Ik doe het huishouden, stofzuigen, ramen zemen. Daar heb ik nu ook hulp bij, die komt op donderdagen van vier tot zes, die komt dan om de was te doen en het bed te verschonen. Dat heeft mijn dochter aangevraagd denk ik. Hoe ze dat geregeld heeft weet ik niet, maar het is dus een huishoudelijke hulp.’

Naast het contact met Els van stichting Mooi heb je dus ook een huishoudelijke hulp. Is dat alle ondersteuning van buitenaf?
‘Nee, er is ook nog een casemanager. Die komt me wel eens halen om te gaan fietsen. Ik heb geen idee wie die casemanager geregeld heeft, mijn dochter of Els, of nog iemand anders. Maar het is wel gezellig. Ik weet niet hoe dat allemaal werkt.’

Hoe ziet je sociale leven er verder uit?
‘Mijn kinderen komen regelmatig langs en ik heb ook kleinkinderen, dus ik ben ook oma.’

Komen er behalve je kinderen ook nog andere mensen over de vloer?
‘We wonen in een flat, ik vind het ongemakkelijk om andere mensen over de vloer te hebben. Als het mooi weer is ga ik lekker buiten zitten en dan zien we elkaar wel. Dat is voor mij genoeg.’

Zou u vaker langs willen gaan bij Els?
Nee, het is goed zo.

Maar u vindt het dus wel belangrijk dát u er langs kunt?
‘Zeker. Ik zou het heel erg saai vinden als dat niet meer zou kunnen, je moet wel onder de mensen blijven.’

Wat vind u van het werk dat ze doen?
‘Het is echt vervelend dat ze nu geen kant op kan. De gezellige eettafels kunnen nu niet. En je mag dus maar heel kort komen. Maar ik vind vooral dat Els echt heel goed bezig is, ze is heel sociaal en ik zou die maandagen niet willen missen.’

Download hier het verhaal in pdf

Twitterfeed