Het verhaal van

Het verhaal van

MEE en Xtra

MEE-verhaal over kinderwens, zwangerschap en ouderschap

09 november 2017

Huisje, boompje, baby

Wilfred en Jennifer waren, net als veel andere stellen gelukkig getrouwd. Hadden beiden een stabiele baan, een huis gekocht, en zowel financiën als administratie waren netjes in orde. Een goede uitgangspositie voor gezinsuitbreiding. Zowel Wilfred als Jennifer hadden in hun jeugd speciaal onderwijs gevolgd. Vanwege de behoefte aan extra ondersteuning en veel duidelijkheid en structuur, waren ze vanuit daar doorgestroomd naar een sociale werkplaats. Toen Jennifer zwanger bleek, verwees de maatschappelijk werker van de sociale werkplaats de aankomende ouders naar MEE om te onderzoeken of ze in de opvoeding ook extra ondersteuning nodig zouden hebben.

Zo kwamen de MEE-consulenten Jantine en Dunja in contact met Wilfred en Jennifer. ‘Toen Wilfred en Jennifer bij ons werden aangemeld, was Jennifer al ruim zeven maanden in verwachting. We gingen bij hen thuis op bezoek en spraken met hen over het ouderschap. De babykamer was volledig ingericht en alle praktische voorbereidingen voor de baby waren helemaal op orde. In het gesprek werd snel duidelijk dat de aanstaande ouders nauwelijks wisten wat een baby aan verzorging nodig zou hebben’, vertelt Jantine. Om goed te weten te komen wat de komende ouders aan zouden kunnen, wat hen beweegt, wat hen motiveert en bij wie ze terechtkunnen met hun vragen, kortom om goed in kaart te brengen wat de krachten en de risico’s zijn, werd in overleg met de gedragsdeskundige afgesproken om het verantwoord ouderschapstraject te starten. Dit traject bestaat uit een psychologisch onderzoek, het in kaart brengen van het netwerk en de ‘kinderwenskoffer'. Aan de hand hiervan wordt met de ouders besproken wat er allemaal kan gaan veranderen als er een kind komt. Ook het oefenen met een oefenpop maakt deel uit van het traject.

Oefenpop Priscilla
En zo mocht oefenpop Priscilla komen logeren; de oefenpop waarmee cliënten “ervaringsgericht kunnen zorgen voor een simulatiebaby”. Een pop die zo is geprogrammeerd dat ie, net als een echte baby, op onverwachte momenten door te huilen om verzorging vraagt. Ook midden in de nacht. De oefenpop kan na afloop worden ‘uitgelezen’, zodat consulenten kunnen zien hoe de cliënt reageert en/of handelt. Dunja, de consulent die gespecialiseerd is in ‘kinderwens en verantwoord ouderschap’ herinnert het zich goed: ‘Alleen al de uitleg over hoe je voor de oefenpop zorgt, duurde bijna twee keer zo lang als normaal. De instructie dvd bekijken, situaties laten bedenken, oefenen, voordoen en plaatjes laten zien en meegeven, we hebben alles de revue laten passeren.’
De aanstaande ouders zouden voor een periode van vier dagen voor oefenpop Priscilla zorgen, maar een dag eerder dan gepland kwam de vraag of Priscilla kon worden opgehaald. De ouders vonden het moeilijk aan de zorgvraag van de oefenpop te voldoen. Wilfred gaf aan dat hij het lastig vond de oefenpop vast te houden. Dat bleek ook uit de meldingen die de consulenten in het systeem tevoorschijn zagen komen: ‘shaken baby’ en ‘insufficient head support’.

‘Ik verwacht het onverwachte’
Uit het psychologisch onderzoek van Jennifer bleek dat haar IQ rond de 50 lag. Wilfreds IQ was hoger, rond de 85, maar vanwege zijn enorme drang naar structuur waren er sterke vermoedens van autisme. Om krachten en zorgen rondom het aanstaande gezinnetje met het netwerk te delen, organiseerden de twee consulenten een familienetwerkberaad. De krachten: de aanstaande ouders staan open voor hulp, de opa’s en oma’s wilden helpen, alle babyspullen waren in huis, kinderopvang en de oppas waren geregeld. Kortom: aan alle praktische zaken was gedacht. Er waren ook zorgen: de naaste familie leek niet te beseffen hoeveel ondersteuning Wilfred en Jennifer nodig zouden hebben bij het verzorgen van hun kindje. Wilfred had ook zijn eigen zorgen. Jantine: ‘Hij zei letterlijk dat hij bang was dat er te veel op zijn schouders terecht zou komen.’ Daar moesten dus afspraken over worden gemaakt. Duidelijk, kort en simpel, op het niveau van de cliënten, maar vooral ook in goed overleg met hen, zodat ze zich er ook écht aan zouden houden. Het netwerkoverleg maakte duidelijk dat MEE zich veel meer zorgen maakte dan de aanstaande ouders en het netwerk: ‘Toen we bespraken hoe Wilfred en Jennifer om zouden gaan met situaties met de baby die je niet kunt inplannen, had Wilfred de perfecte oplossing: ‘Ik verwacht het onverwachte’. Zou dat genoeg zijn om om te kunnen gaan met alles wat een baby met zich meebrengt?

De échte baby: Wendy
Wilfred en Jennifer werden meteen goed op de proef gesteld toen de echte baby zich aandiende. Jennifer was een week over datum en daarom besloot de verloskundige haar te strippen. Daarna mochten ze weer naar huis, in tegenstelling tot wat ze hadden verwacht. Thuis kwamen de weeën op gang, waarna de aanstaande ouders halsoverkop met de tram naar het ziekenhuis moesten. De bevalling ging relatief soepel, maar leverde natuurlijk wel een behoorlijke dosis stress op. En dat werd niet minder toen ze eenmaal, met baby Wendy, weer thuis waren. Dat concludeerde ook de kraamzorg die maximaal werd ingezet. Veilig en goed zorgen voor baby Wendy was moeilijk en er waren meer onverwachte zaken dan het stel aankon. Jantine en Dunja hielden het nauwlettend in de gaten. Toen het kindje na een week een paar blauwe plekken had, waarvan de ouders niet konden zeggen hoe ze die had opgelopen, gingen de consulenten met ouders en baby naar een letselschade-arts in het ziekenhuis. Die stelde officieel vast dat er geen sprake was van lichamelijke mishandeling. Toen was wel duidelijk dat er extra ondersteuning moest komen, om Wendy’s veiligheid te blijven garanderen. Daar gingen Jantine en Dunja mét Wilfred en Jennifer mee aan de slag.

Richting een oplossing
Samen met de jonge ouders zochten Dunja en Jantine naar een goede oplossing. Ze kwamen daarbij uit op beide oma’s: baby Wendy zou de helft van de week naar oma van vaders kant gaan, terwijl oma van moeders kant de andere helft van de week in kwam wonen bij het gezin. Zo was er 24/7 extra zorg. De consulenten van MEE organiseerden extra ondersteuning via Ipse De Bruggen, waar gewerkt wordt met de Pinkies-behandelmethode. De professionals van Pinkies bouwen aan een stabiele en veilige ouder-kindrelatie bij cliënten met een (licht-)verstandelijke beperking. Ook zij kwamen al snel tot de conclusie dat er (te) weinig lerend vermogen bij de ouders aanwezig was om baby Wendy op een gezonde en veilige manier te laten opgroeien. Het lukte de ouders niet aan te sluiten bij en vooral ook te begrijpen wat Wendy nodig had. Extra ondersteuning van Pinkies bood geen soelaas. Er moest een structurele oplossing komen. Een pleeggezin binnen het eigen netwerk bleek niet te realiseren. Daarom stelden Jantine en Dunja voor, in overleg met ouders en grootouders, voort te bouwen op de reeds gemaakte afspraken en de rol van oma van vaders kant te versterken. Zij woonde dichtbij bij, had alle voorzieningen voor de baby al in huis, en het kindje was er gewend. Aldus geschiedde. Iedere dag na het werk kwam Wilfred met Jennifer eten bij zijn ouders, en konden zij onder toeziend oog van oma een deel van de zorg geven: Wendy te eten geven, in bad doen en naar bed brengen. Zo konden ze toch een aandeel naar vermogen leveren in de zorg voor hun kind.

Eind goed, al goed
De consulenten van MEE konden zich eindelijk terugtrekken uit het gezin; na anderhalf jaar van meedenken, mee begeleiden, mee coördineren, checken en mee regelen. Hoewel de oplossingen die beide consulenten aandroegen niet altijd meteen met enthousiasme werden ontvangen door Wilfred en Jennifer, lukte het Jantine en Dunja toch telkens weer om hen mee te krijgen. Juist door met de cliënten te overleggen, door náást hen te staan, in plaats van de regie over te nemen, waren ze aangekomen bij het punt waarop hun taak erop zat. Ze droegen de zorg over aan de gezinscoach van het CJG. Door dit intensieve traject hebben ze hun missie vervuld: bijdragen aan de mogelijkheden voor ook déze ouders om op een verantwoorde manier ouder te zijn. Met de veiligheid en gezondheid van het kind als allerbelangrijkste.

Bij de evaluatie een paar maanden later zei vader Wilfred: ‘Wij zien nu in dat Wendy pas bij ons kan logeren, als zij zelf kan zien wat veilig is voor haar.’

NB Om de privacy van de cliënten te waarborgen, zijn de namen gefungeerd en sommige details aangepast dan wel weggelatenDe foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene(n).

MEE en Xtra

Integrale Cliënt- ondersteuning MEE en Xtra

08 augustus 2016

De bestuurlijke fusie op 1 januari 2016 van MEE Zuid-Holland Noord en Xtra stelde beide organisaties voor belangrijke vragen. Hoe geef je de samenwerking concreet vorm in de wijken? Welke consulenten bedienen welke doelgroep? MEE heeft een eigen expertise (mensen met een beperking) en Xtra heeft de Wijkcentra met Servicepunten XL en de daarbij behorende dienstverlening al vormgegeven. Hoe sluit de dienstverlening van MEE daar het best bij aan? Een kopgroep van medewerkers uit verschillende organisaties heeft zich sinds mei 2015 over deze vragen gebogen.

Kopgroep

Een zo goed mogelijke cliëntondersteuning voor alle burgers in de wijk. Daar zetten MEE en Xtra zich al jaren voor in, ieder vanuit een eigen invalshoek. Bij het bundelen van krachten kunnen cliënten nog beter –integraal- worden ondersteund. Hoe geef je dat concreet vorm? Hoe profiteer je als organisatie het beste van elkaars kwaliteiten?
 De kopgroep van medewerkers is in december van het afgelopen jaar met haar advies gekomen. De belangrijkste aanbevelingen waren: MEE consulenten draaien spreekuren in de Wijkcentra en houden kantoor in de panden van Xtra in de wijk. Ondanks wat opstartproblemen met de ICT en de vraag om meer spreekkamers staan de consulenten van MEE en Xtra naar tevredenheid in de Wijkcentra naast elkaar.

Integraal

Het ziet ernaar uit dat twee bewegingen ook naast elkaar kunnen bestaan: het behouden van eigen specialisaties en het deels kunnen beantwoorden van elkaars vragen. Enkelvoudige vragen van iemand met een beperking worden ook opgepakt door consulenten van Xtra maar voor meervoudige vragen wordt een consulent van MEE ingeschakeld. Sommige vragen van cliënten worden ook gezamenlijk opgepakt. Is een cliënt bijvoorbeeld aangemeld bij MEE maar speelt er ook een WMO-aanvraag, kan dat alvast in het Wijkcentrum worden geregeld.
 Voor het komende jaar staat de kopgroep nog het een en ander te doen. Het samenwerkingsproces zal uiteraard goed worden gevolgd en er wordt een plan gemaakt voor samenwerking rond groepswerk in de wijk. Terwijl sociaal werkers van Xtra worden geschoold in het herkennen van LVB-problematiek (licht verstandelijke beperking) raken de medewerkers van MEE steeds meer thuis in het reilen en zeilen van de Wijkcentra. Op een organische manier raakt de cliëntondersteuning van beide organisaties steeds verder geïntegreerd.

 

Tamara Jansen
maatschappelijk werker

Online hulp en advies

24 maart 2016

Xtra lanceerde in 2012 de website hulponlinedenhaag.nl. Een website om aan de hand van belangrijke thema’s mensen een plek te bieden waar ze online hulp en begeleiding kunnen krijgen. Ze kunnen zelf aan de slag of vragen stellen en van gedachten wisselen met een maatschappelijk werker. Maatschappelijk werker Tamara Jansen evalueert de reacties van gebruikers en hulpverleners.

Anoniem
Vragen van gebruikers van de website kunnen over van alles gaan: geldzorgen, de opvoeding van kinderen, of relatieproblemen. Via de mail of chatspreekuren staat een team van tien online hulpverleners klaar. Soms gaat het om een eenvoudige, eenmalige vraag, soms om langdurige chatbegeleiding. Tamara: ‘Mensen kunnen eventueel ook anoniem vragen stellen; dat is soms drempelverlagend wanneer het over heftige problematiek gaat. Een man met kinderen die worstelde met zijn cokeverslaving, zocht bijvoorbeeld anoniem contact en heeft zich uiteindelijk na chatbegeleiding aangemeld voor behandeling elders.’ Elke maand melden zich weer veel nieuwe mensen aan via de website. Behalve chatten of mailen kunnen gebruikers zelf of samen met een maatschappelijk werker een digitaal dossier aanmaken of online trainingen volgen. Een digitale bibliotheek biedt daarnaast een schat aan informatie.

Switchen
De flexibiliteit om te switchen tussen on- en offline contact en gebruikers tools te geven om zelf aan de slag te gaan, bijvoorbeeld met het eigen online dossier of een digitaal kasboek, noemt Tamara één van de sterke punten. In de nabije toekomst zal ook de samenwerking met andere zorgverleners gestalte gaan krijgen door het gezamenlijk gebruik maken van het online dossier. Tamara: ‘Via het online dossier kunnen alle betrokkenen berichten aan elkaar sturen. Alle relevante
informatie staat dan bij elkaar.’

Sleutel
De gebruikers reageren volgens Tamara enthousiast. Ze vinden het bijvoorbeeld fijn dat ze snel reactie krijgen, altijd binnen een dag, en dat ze zelf het moment
kunnen bepalen waarop ze contact zoeken. Tamara: ‘De keerzijde is dat internetverkeer vluchtiger is. Je geeft soms antwoord op een vraag en hoort dan niets meer. Dan hoop je maar dat het geholpen heeft.’ De tien online hulpverleners hebben affiniteit met deze manier van werken. Dat maakt ook dat ze in staat zijn hun cliënten erbij te betrekken. Wat Tamara betreft is dat de sleutel tot het succesvol combineren van on- en offline hulpverlening. Tamara: ‘Op die manier wordt het een standaardmiddel om in te zetten.’

Bron: TranS nr. 1, thema: e-health

Conny van den Berg
Projectcoördinator Welzijn op Recept

Conny “Niet de grote klappers, maar juist de kleine stappen”

24 november 2015

Projectcoördinator Conny van den Berg en welzijnscoach Tineke Pannebakker spreken over het nieuwe concept ‘Welzijn op Recept’. Lees hieronder hun verhaal, voor het hele verhaal ga naar het jubileummagazine van Lijn1

Conny: “Huisartsen kregen allerlei gelijksoortige vragen waar ze geen antwoord op hadden. Vragen over een mogelijke daginvulling, hoe weer zin in het leven te krijgen. De huisarts heeft echter geen passend antwoord op hoe eenzaamheid moet worden ingekleurd, of de verveling. Welzijnswerk, de verzamelnaam voor wat vroeger alle maatschappelijk werkers, jongeren- en/of ouderenconsulenten waren, weet daar juist heel goed een antwoord op. Welzijnscoaches behandelen eigenlijk alle klachten die niet medisch zijn, of geen medische oorzaak hebben, zoals de psychosomatische klachten. We gaan samen met de cliënt op zoek naar wat ze nodig hebben of willen doen, zodat zij zich beter voelen. Zoals samen koken of eten met elkaar, vrijwilligerswerk of buurtinitiatieven waar mensen naar toe kunnen gaan.”

Welzijn op Recept is ontstaan in Nieuwegein, waar de huisartsen nauw samenwerken met het personeel van gezondheidscentra. Het concept  heeft zich inmiddels uitgebreid naar Den Haag. Via Welzijn op Recept kan de huisarts zijn patiënten formeel doorverwijzen naar een welzijnswerker. Verschillende centra en gezondheidcentra zijn momenteel ‘op verkenning uit’, zoals Tineke het noemt. “Sommige huisartsen zijn er al heel ver mee. Die hadden vaak al goed contact vaak met de gezondheidcentra’s. Andere huisartsen weten niet zo goed wat ze ermee aan moeten, zij zien dit niet als hun taak. Het kost ook tijd natuurlijk.”

Een doorverwijzing naar welzijnswerk vanuit de huisarts gaat gepaard met een handtekening van de patiënt voor akkoord dat de huisarts overlegt met de welzijnswerkers over het welbevinden van de patiënt. “Door die toestemming tot samenwerking, werken we veel nauwer samen met de huisarts. We fungeren echt als een brug tussen psychische en somatisch klachten. Wij koppelen terug aan de huisarts wat er gebeurt met de patiënt, en wij hebben op onze beurt in kaart welke patiënten welzijnswerk nodig hebben. Het is belangrijk voor de vertrouwensrelatie ook tussen welzijn en de eerstelijnszorg. En daarnaast worden wij nu gezien als serieuze sparringspartner, niet alleen achteraf, maar ook voorafgaand aan een doorverwijzing.”

Tineke: “Het verschil tussen een maatschappelijk werker en een welzijnscoach is niet zo groot, behalve dat ik nu veel meer samenwerk met de huisarts. Wat ik ook meer tegenkom zijn de zorgmijders, die voorheen wel bekend waren in onze kringen, maar die we niet echt zagen. Die sporadische keer dat zij bij de huisarts komen, kunnen wij echt wat betekenen voor de cliënt.”

Conny: “Onze succesverhalen zijn niet de grote klappers, maar juist de kleine stappen. Zo hebben wij laatst twee mannen gekoppeld aan elkaar, die min of meer hetzelfde profiel hadden. Zij wilden allebei iets met vrijwilligerswerk in de kunst- en cultuursector, maar hadden nog niet echt doorgepakt, werkelijk gesolliciteerd. Toen vroeg de coach of zij niet met elkaar kennis wilden maken. Nu trekken ze er samen op uit, en gaan ze naar musea en helpen ze elkaar met het solliciteren naar vrijwilligersfuncties.”

Dorinde van der Neut
i-shop medewerker

Dorinde van der Neut: sturen op financiële zelfsturing

03 november 2015

Dat de WMO-filosofie van zelfredzaamheid op gespannen voet kan staan met de dynamiek van schulden merkt Dorinde van der Neut in haar werk als cliëntondersteuner op het Servicepunt XL in het Haagse stadsdeel Loosduinen. Bijvoorbeeld wanneer ze mensen ondersteunt die ondanks een oplopende huurachterstand geld uitgeven aan onnodige of luxe zaken.

Dit gedrag lijkt onbegrijpelijk door de ogen van buitenstaanders en geeft schuldenaren een negatief imago. Onterecht, weet Van der Neut inmiddels. Geldzorgen leiden tot een verminderd mentaal vermogen waardoor mensen hun situatie niet goed kunnen overzien en de neiging hebben om ondoordachte of impulsieve beslissingen te nemen. Met dit gegeven als uitgangspunt biedt de training “Sturen op financiële zelfsturing” sociaal werkers handvaten om mensen met schulden beter te ondersteunen.

Reden voor aanmelding

Dorinde van der Neut werkt volgens de methodiek ZOEKEN die mede gebaseerd is op Welzijn Nieuwe Stijl. Ze legt uit dat ze veel waarde hecht aan de zelfbeschikking van haar klanten. Dat plaatst haar af en toe voor lastige dilemma’s. Want wat te doen met klanten die alle adviezen in de wind slaan en besluiten niets aan hun schuldenproblematiek te doen. Als sociaal werker heeft ze geleerd om de keuzes van de klant centraal te stellen maar dat is niet altijd makkelijk wanneer je beseft welke risico’s de klant loopt. Gevolgen die niet alleen de klant treffen maar ook zijn of haar omgeving. Tijdens de training heeft Van der Neut kunnen oefenen met verschillende houdingen en gespreksstijlen om een klant ondanks zijn terughoudendheid te bewegen om met zijn problemen aan de slag te gaan. Van der Neut legt uit dat het erop neerkomt om de klant te helpen zijn intrinsieke motivatie te vinden. Deze is voorwaardelijk om lastige situaties het hoofd te bieden. Bovendien weet Van der Neut dat het verloren energie is om een klant met rationele argumenten te overtuigen wanneer diegene niet zelf overtuigd is van de voordelen.

Waarde van de training

De belangrijkste waarde van de training zit volgens Van der Neut in de brede benadering van het thema. De training gaat in op de theoretische achtergrond van het schuldenprobleem, gespreksvaardigheden en geeft uitleg over het stelsel van schuldhulpverlening. Daarmee is de training waardevol voor een brede groep professionals in het sociaal domein. Dat bleek ook tijdens de pilottraining vertelt Van der Neut. Zo waren er deelnemers die in hun werk zelf verantwoordelijk zijn voor de stabilisatie van hun klanten maar ook cursisten zoals zijzelf, die hun klanten vooral doorverwijzen en ondersteunen bij aanmeldprocedures. Voor die laatste groep is het evengoed belangrijk om voldoende parate kennis te hebben, benadrukt Van der Neut. Om iemand goed te kunnen verwijzen moet je een inschatting kunnen maken van de risico’s die de klant loopt en je moet weten waar iemand terecht kan.

Paradox van integraal werken

Ondanks de grote verschillen in doelgroep, doelstelling en handelingsbevoegdheden hebben de wijkteams met elkaar gemeen dat ze werken volgens een integrale benadering. Het adagium één gezin, één plan, één regisseur betekent echter niet dat elke professional op elk terrein evenveel kennis en ervaring in huis heeft. Een specialistisch onderwerp als schuldhulpverlening is voor velen een terrein waar je weliswaar veel mee te maken krijgt maar niet voor hebt doorgeleerd. Soms lijkt het alsof integraal werken betekent dat de professional alles zou moeten kunnen. Dorinde van der Neut is er voorstander van om gebruik te maken van elkaars expertise. Als professional moet je goed weten waar je goed in bent maar ook weten op welke gebieden collega’s meer kennis of ervaring hebben dan jijzelf. Het is immers niet in het belang van de klant wanneer een professional uit onwetendheid verkeerde adviezen geeft of niet op tijd waarschuwt voor risico’s. Dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van de wijkteammedewerker zelf, vindt Van der Neut. Ook teammanagers moeten ervoor zorgen dat de veelal startende sociale wijkteams met voldoende inhoudelijke kennis worden toegerust en voldoende tijd en ruimte krijgen om vertrouwd te raken met hun nieuwe rol.

Dit artikel komt van de website Integrale aanpak

Joannemie van Dijk
Ouderenconsulent MOOI

Dahlia. Zij vindt de weg omhoog met steun uit de wijk

30 september 2015

Soms is het leven hard en stapelen de problemen zich op. Hoe kom je daar dan nog uit? Algemene voorzieningen en voorzieningen van de Wmo kunnen helpen om weer greep op het leven te krijgen. Een voorbeeld uit Wijkcentrum Mariahoeve. Dit verhaal is gepubliceerd in de Stadskrant van de Gemeente Den Haag. 

Zes jaar geleden vluchtte Dahlia (39) uit Irak. Ze kreeg politiek asiel in Nederland. Haar familie was al eerder gevlucht en daarbij verspreid geraakt over de wereld. ‘Mijn ene broer woont in Denemarken en de andere in Australië. Mijn moeder kreeg asiel in Amerika. Tien jaar geleden zag ik haar voor het laatst. Nu is ze pas overleden. Ik kon er niet bij zijn.’ Dahlia woont alleen in Mariahoeve en heeft steun van een paar goede vriendinnen. Ook gaat ze elke zondag naar de kerk. Ze spreekt inmiddels redelijk goed Nederlands. Een hulpverlener van I-psy helpt haar het traumatisch verleden te verwerken. Maar toch, het leven is moeilijk in een nieuw land zonder familie. Bovendien heeft Dahlia permanent pijn in de gewrichten. Haar handen kan ze maar op halve kracht gebruiken. Alles bij elkaar zorgt het voor veel stress en onzekerheid over hoe het nu verder moet.

Wijkcentrum Mariahoeve

Brieven en rekeningen 

Joannemie van Dijk (ouderenconsulent bij VOOR Welzijn) is lid van het sociaal wijkzorgteam Mariahoeve. ‘We kregen een  melding voor ondersteuning,’ vertelt ze. ‘Ik ben bij Dahlia op bezoek gegaan, samen met een collega van Parnassia. We hebben samen op een rij gezet wat er allemaal nodig is om over een tijd weer meer zelfstandig verder te kunnen. Eén zo’n punt was haar nogal chaotische administratie. Ze had alle officiële brieven en rekeningen van jaren bewaard in  mappen. Bang om iets weg te doen, maar ook onzeker of ze alles wel goed deed.’ Vrijwilliger Peter van de Velde heeft geholpen om de administratie te ordenen en in een handig systeem op te bergen: ‘Ik doe dit vaker, vooral voor ouderen hier in de wijk. Mensen verliezen vaak het overzicht of denken dat administratie bijhouden heel ingewikkeld is. Als je alleen de belangrijke brieven van de laatste twee jaar bewaart en in aparte mappen doet, wordt alles ineens veel overzichtelijker. We hebben samen de mappen doorgenomen. Dahlia gaat nu zelf haar administratie bijhouden. Als ze nog eens hulp nodig heeft, weet ze de weg naar het Servicepunt XL in het wijkcentrum te vinden.’

op bezoek, WMO, wijkzorgteam, mariahoeve, consulent

Yoga en taalles

Joannemie heeft ook een aanvraag voor huishoudelijke hulp en persoonlijke verzorging in gang gezet. Dahlia: ‘Haren wassen gaat heel moeilijk door de pijn aan mijn handen. Daarom komt er nu een keer per week iemand van Florence bij mij langs die helpt bij het wassen.’ Om nieuwe mensen te leren kennen en sociaal actief te worden, wil Dahlia meedoen aan activiteiten in het wijkcentrum. Ze gaat beginnen met yoga en een cursus Nederlands. ‘Ik zou ook graag vrijwilligerswerk doen. Maar dan moet eerst de pijn minder zijn. Het gaat allemaal goed komen, daar blijf ik in geloven.’ Joannemie van Dijk houdt nog een tijdje contact, totdat de hulp goed op gang is gekomen en Dahlia definitief de weg omhoog heeft gevonden.   

Anja Moelaert
Participatie- en servicepuntmedewerker

Anja en Manon: Kleine zetjes in de goede richting!

15 september 2015

Anja Moelaert en Manon van der Loo (ouderenconsulent en jeugdwerker) bij MOOI, zijn geinterviewd door Lijn1 over hoe zij zich inzetten voor bewoners in Wateringse Veld. 

Anja werkt sinds 1996 bij Stichting MOOI. Sinds vijf jaar is zij participatiemedewerker voor volwassenen in het Wijkcentrum Wateringseveld en is zij drie dagen per week medewerker van het Servicepunt. Dit is een vraagpunt voor de burgers waar mensen met allerlei vragen terecht komen en begeleid worden om zelf naar een oplossing toe te werken. Anja: “Vroeger kwamen mensen met een tasje met administratie en kon je ermee aan de slag. Nu is dat niet meer zo, nu doe je het samen met de mensen. Alleen als het echt niet anders kan, dan zullen we ze verwijzen naar iemand die hen kan helpen.” Ook als participatiemedewerker kauwt Anja het de mensen niet meer voor: “Als mensen in de buurt of hier in het centrum iets willen organiseren, dan faciliteren we ze en helpen we ze waar nodig. Zo zijn ze ook meer betrokken en zelf verantwoordelijk. Dat maakt de activiteiten eigenlijk nog leuker dan toen wij het zelf organiseerden.” 

Meidenwerker Manon werkt sinds twee jaar met twee uitersten: als ouderenconsulent en als jeugdwerker, gericht op meiden van 8 t/m 23 jaar. Vaak komen tienermeiden uit eenoudergezinnen en hebben zij de taak om voor jongere broertjes of zusjes te zorgen, of huishoudelijke taken te doen. Manon: “Ik heb dat vroeger ook meegemaakt, ik weet hoe zwaar dat kan zijn. Daarom signaleer ik het snel, weet ik wanneer ik moet ingrijpen. Ik praat dan met de meiden, het is sowieso fijn om je hart eens te kunnen luchten. En we zoeken naar een positieve factor in de omgeving, een oma, een vriendin, een buurvrouw, om samen aan een oplossing te kunnen werken.” “Soms zitten er heftige gevallen tussen. Ik heb bijvoorbeeld contact met een meisje die het thuis moeilijk heeft: ze heeft geen contact met haar vader. Haar broers mishandelen haar, mentaal en fysiek. Zelf zag ze dat in het begin niet in, voor haar was dit normaal. Tot ze met mij begon te praten. Ze zoekt nu mensen in haar omgeving op, waar ze dit mee kan delen, die haar kunnen helpen.” 

Vereenzaming

Bij ouderen signaleren Manon en Anja vaak andere problemen. Vereenzaming en verborgen armoede zijn de meest geziene. Door signalerende huisbezoeken proberen ze problemen op te sporen en een oplossing te zoeken. Manon: “Ik vond een keer een vrouw, volledig in de war in haar huis, dat zeer verwaarloosd was. Haar elleboog bloedde. Eenzame oudere

Ik heb haar gevraagd of ik haar huis verder mocht bekijken en toen vond ik bloed in haar bed. Dat betekende dat de wond constant bloedde. Ik heb direct contact opgenomen met haar huisarts. Uiteindelijk bleek de vrouw leukemie te hebben, in een vergevorderd stadium. Als niemand op je let, dan kan het echt mis gaan.” Hele kleine dingen Manon krijgt veel doorverwijzingen vanuit huisartsen, via Welzijn op Recept. “Daar ben ik echt blij mee, huisartsen weten ons nu veel beter te vinden. Zo vroeg een slechtziende vrouw haar huisarts om hulp, omdat ze eenzaam was en de straat niet op durfde te gaan. Ze werd naar mij verwezen. Ik heb een taxibus voor haar aangevraagd, om naar afspraken in het ziekenhuis te kunnen gaan en stimuleerde haar in een aantal gesprekken om naar ontmoetingsactiviteiten te gaan. Hierdoor is haar netwerk groter geworden en heeft zij weer vertrouwen in zichzelf gekregen. 

Kleine dingen

Als Anja de vraag voorgeschoteld krijgt waar ze trots op is, antwoordt zij met ‘Hele kleine dingen maar’. Het blijkt echter dat Anja’s perceptie van ‘hele kleine dingen’ een beetje anders is dan die van de rest van de wereld. Anja: “Een vrouw was erg timide, wilde iets doen, maar ze vond het eng. Ik was met haar aan het praten en dacht: ‘wat een sterke vrouw, wat is er gebeurd?’. En toen bleek dat haar kind zwaar autistisch is, waardoor zij flinke klappen heeft gekregen. Ik heb haar aangemeld als vrijwilliger, ben de eerste keer met haar mee gegaan. Daar werd ze vanaf moment één gewaardeerd. Nu doet ze dat vaker, op verschillende avonden. Ze is echt gegroeid.”

Ladies Night

Een van de activiteiten die Anja en Manon faciliteren, is de Ladies Night: een avond voor vrouwen uit de buurt. Anja: “Er komt van alles. Iraakse, Surinaamse, Hollandse vrouwen, noem maar op. In de leeftijd tussen de dertig en de tachtig. Daar zijn we wel trots op, veel collega’s worstelen om een mix te krijgen, een echte afspiegeling van de wijk. Maar het is bij ons gewoon organisch gegaan.” Niet alleen de culturen, ook de activiteiten lopen uiteen. Anja: “Binnenkort hebben we een landenthema, waarbij iedereen iets kookt uit haar eigen land en daarover iets vertelt. Laatst deden we iets met hergebruik. De vrijwilligster die dat organiseert, die komt dan bij ons voor-knutselen. De vrouwen hebben echt ontzettend leuke ideeën.” 

Ladies Night Wateringse Veld

Meidenavond 

Manon ondersteunt elke week een meidenactiviteit in het buurtcentrum. Vier meiden van 12 tot 14 jaar verzinnen elke week een andere activiteit. Zo maken de meiden de ene week smoothies en kijken ze de andere keer een film. Tijdens zo’n meidenavond praat Manon met de meiden. “Over jongens, verliefdheid, dat soort dingen. Zo leer je ze kennen en weet je wat ze bezighoudt. En wie wat meer aandacht zou kunnen krijgen.” In totaal zijn er meer dan vijftig meiden aangesloten bij de meidenavond, maar wekelijks verschilt het aantal deelneemsters. Manon vertelt dat meiden ‘natuurlijk soms ruzie hebben met elkaar’. Dit is typerend voor meidengroepen, volgens haar. Het kenmerkt haar: niet veroordelen, accepteren hoe mensen zijn en proberen om de meiden zelf te bewegen om verandering aan te brengen in hun leven.

“Ik wil dat mensen vanuit hun eigen kracht werken; wat kan je zelf, waar ben je toe in staat? Dat is vaak zoveel meer dan je denkt.” Het is haar motto en haar doel: positiviteit naar boven halen. Zoals zij zelf het ook heeft meegemaakt als een-ouderkind. “Ondanks dat dat moeilijk was, had ik altijd een positieve factor in mijn leven. Die persoon hielp mij positief te blijven. En dat inspireert mij.” Anja: “Bij mij is dat ook. Ik heb ook dingen meegemaakt, ben er bovenop gekomen en daar bouw je weer op. Juist wat je meemaakt, dat vormt je. En dat wil ik mensen laten zien. Het is niet zo donker als mensen soms denken. Het licht komt vanzelf wel weer.”

Fikri Zarrad
coördinator Servicepunt, VÓÓR Welzijn

Fikri van VÓÓR Welzijn en Jolanda van Florence in Servicepunt XL

30 juni 2015

In Den Haag heeft Xtra dertien Servicepunten XL gerealiseerd. Cliënten kunnen er terecht met allerhande vragen maar ook professionals vinden er ketenpartners om de zorg voor bewoners te optimaliseren. Fikri Zarrad (coördinator Servicepunt, VÓÓR Welzijn ) vond er Jolanda van den Brink (activiteitenbegeleider, Florence). Aan de ontmoetingstafel bij Jolanda stellen ouderen vragen die door Fikri direct worden opgepakt.

Fikri, Servicepunt XL, ontmoetingstafel, samenwerking, Florence, ouderen,

Ouderen bezoeken de Ontmoetingstafel in Haagse Hout voor de sociale contacten. Ze spelen er een spelletje, lunchen en praten met elkaar. Zo bouwen ze gelijk aan een netwerk in de buurt. Het bevorderen van de zelfstandigheid en het tegengaan van eenzaamheid zijn daarbij het doel. Activiteitenbegeleider Jolanda heeft deze Ontmoetingstafel vier jaar geleden samen met VÓÓR Welzijn in het leven geroepen. In het Servicepunt waar de Ontmoetingstafel een plek heeft, werken ook ouderenconsulenten en cliëntondersteuners. De vragen die vanaf de Ontmoetingstafel bij Fikri terecht komen, vinden zo ook hun weg naar die ouderenconsulenten. De lijnen kunnen niet korter. Vanuit VÓÓR Welzijn werken ze graag samen met de ketenpartners die zich aandienen. Fikri: “We proberen in contact te komen met allerlei soorten zorgverleners maar ook de politie weet ons te vinden als zij iets signaleren bij een oudere. Dan gaan we direct op huisbezoek”. Vanuit dat huisbezoek blijkt wat er gebeuren moet en zo kan de ouderenconsulent in het Servicepunt met de bewoner aan de slag. In Den Haag zijn er in totaal 21 Servicepunten waarvan er 13 in wijkcentra zijn. Dat zijn de Servicepunten XL.

Van twee kanten

Een goede samenwerking met ketenpartners is voor alle partijen belangrijk, aldus Fikri: “De ketenpartners zijn de oren en ogen in de wijk, ook de huishouding bijvoorbeeld die bij veel mensen thuiskomt, signaleert veel en kan ons inschakelen”. Dat de samenwerking van twee kanten komt, beaamt ook activiteitenbegeleider Jolanda. De Ontmoetingstafel op zich is al vanuit de samenwerking tussen Florence en VÓÓR Welzijn ontstaan, maar daar houdt het niet bij op. Jolanda: “ Het spelletjes doen is een instrument, maar de ouderen hebben allemaal eigenlijk ook een vraag. Wat ik vooral doe is het structureren van die vraag zodat anderen weten wat ze bedoelen. Dan kan een consulent van VÓÓR Welzijn samen met de oudere verder”. De vragen zijn heel divers. Soms kan het eenvoudigweg gaan om een douchesteun, maar ook woningaanvragen, geldzaken, vervoer en het leren omgaan met een mobiele telefoon komen voorbij. Waar snel op zaken kan worden ingespeeld, hoeven moeilijkheden zich niet als een olievlek uit te breiden. Bij de andere Servicepunten gaat het er net zo aan toe. Fikri: “Er zijn op alle Servicepunten verschillende projecten maar het werkt qua samenwerking hetzelfde”.

Het hele plaatje

Fikri en Jolanda ervaren beiden de voordelen van deze snelle en goede samenwerking. Jolanda: “ Sociale problemen neem ik op mij, maar de praktische dingen en de aanvragen speel ik door aan Fikri”. De rol die Jolanda hierin speelt vanuit de informele setting van de Ontmoetingstafel is voor Fikri van wezenlijk belang. Fikri: “Ze nemen Jolanda in vertrouwen en daardoor kan Jolanda met de ouderen hun vragen helder krijgen. Ook kunnen we even met elkaar overleggen over hoe het met iemand gaat. Je bent tegelijkertijd elkaars klankbord”. Jolanda is het hier roerend mee eens: “We hebben weinig woorden nodig en kunnen heel snel met elkaar door één deur. Samen hebben we het hele plaatje”.

Fikri: “Laatst werd ik gebeld door een casemanager van de gemeente. Een dame had het moeilijk qua gezondheid maar ook psychisch. De casemanager vroeg mij toen mee op huisbezoek en samen hebben we een praktisch plan kunnen opstellen voor alle leefgebieden”. Dat is ook waar het om draait in de samenwerking tussen ketenpartners. Niet steeds het wiel hoeven uitvinden maar het overzicht krijgen over ‘het hele plaatje’.

(bron: Trans magazine editie 2015/2)

Manon van der Loo
Sociaal werker jeugd en ouderenconsulent MOOI

Manon van der Loo. Werken aan zelfredzaamheid; de transitie in ons werk

07 mei 2015

Ik kwam, tijdens de wijkbijeenkomst 'Jeugd in Beeld', in contact met Lijn 1. Deze stichting werkt aan gezonde wijken met gezonde burgers samen met de eerstelijns professionals in de wijken en buurten van de regio Haaglanden.  Zij vroegen mij  een reactie te geven op 3 vragen over de gezonde wijk. Het interview is in de nieuwsbrief van Lijn1 geplaatst. Het onderwerp van de nieuwsbrief is 'Werken aan zelfredzaamheid: de transitie van uw professie?' Hieronder de vragen die Lijn 1 mij stelde.

1. Wat versta jij onder een gezonde wijk?
Een gezonde wijk betekent voor mij een sociale, veerkrachtige wijk, in beweging: waar burgers voldoende sociale ondersteuning ervaren vanuit hun eigen netwerk, fysiek de ruimte krijgen om zich te kunnen bewegen én de mogelijkheden hebben om zich op alle levensgebieden optimaal te kunnen ontwikkelen. Ik geloof er in dat hoe meer je je mogelijkheden, talenten en vaardigheden kunt ontplooien en benutten, hoe groter je zelfredzaamheid is en je gevoel van eigenwaarde. Dit zorgt, naar mijn mening, voor een groter geluksgevoel, oftewel een groter gevoel van welzijn. Daarbij is van belang dat zelfredzaamheid en zelfzorg gestimuleerd worden en waar nodig ondersteuning geboden kan worden, zowel vanuit een persoonlijk netwerk als zorg- en welzijnsprofessionals.
 

2. Hoe kan volgens jou in het algemeen gesproken een gezonde wijk gerealiseerd worden.
Faciliteiten en gelegenheden creëren waarin burgers gestimuleerd worden om te bewegen, te leren en elkaar te ontmoeten, waarbij zij de mogelijkheden hebben dit zelf te organiseren, kunnen volgens mij bijdragen aan de realisatie van een gezonde wijk. Een opvangnet waarop burgers kunnen terugvallen wanneer zij problemen zelf niet meer kunnen oplossen, maar die de burger blijft stimuleren om zijn of haar eigen kracht te vinden en te gebruiken, is daarin onmisbaar.

3. Wat moeten volgens jou professionals in zorg en welzijn in huis hebben om een goede bijdrage te kunnen leveren aan die gezonde wijk? Professionals in zorg en welzijn moeten kennis hebben van elkaars rol en functie in de wijk, elkaar kunnen vinden en met elkaar én de burger zelf kunnen overleggen, om met zo min mogelijk zorg- en/of hulpverlening, de zelfredzaamheid van de burger zoveel mogelijk te stimuleren. Eén regiehouder, die er samen met de burger voor zorgt dat hij of zij de regie over eigen leven kan behouden of terugnemen. De zorg -en/of hulpverlening informeert, adviseert en biedt zorg en verwijst door naar specialistische zorg, waar dit noodzakelijk is. Zichtbaarheid in de wijk voor elkaar als professionals en voor burgers is daarbij

essentieel, voor het creëren van een vitaal (, sociaal en totaal) netwerk. In de wijk Wateringse Veld worden op dit moment veel verbindingen gelegd tussen bijvoorbeeld eerstelijnszorg, tweedelijnszorg, nuldelijns-zorg en welzijn, waardoor mijn inziens goede stappen worden genomen naar een (nog) gezondere wijk!

Marije Arnouts
Makelaar Maatschappelijke Stages

Marije Arnouts over het enthousiasme van jongeren voor vrijwilligerswerk

23 maart 2015

MOOI is in Zoetermeer gestart met JIJDoet, een innovatief veranderproject dat uit gaat van de intrinsieke motivatie van jeugd voor vrijwilligerswerk. Het project komt voort uit de voorheen verplichte maatschappelijke stage, waarin jongeren vanuit school kennis maakten met vrijwilligerswerk. 

JijDoet is een project waarbij de omslag van moeten naar willen het uitgangspunt is. We kijken naar wie een jongere is, waar zijn of haar talenten liggen en wat hem of haar in beweging brengt om maatschappelijk betrokken te zijn. Vervolgens spelen we hier op in door de juiste partijen samen te brengen en door ruimte te maken om jongeren zelf hun ideeën te laten uitvoeren. Denk aan duidelijk zichtbare projecten of evenementen die fris, aantrekkelijk en actueel zijn maar altijd met een maatschappelijke doel of karakter. Wij zijn overtuigd dat talenten en drijfveren van jongeren kunnen worden ingezet om een maatschappelijke bijdrage te leveren. Dat de energie en ideeën die zij hebben een verschil kunnen maken. Een samenleving waarin iedereen meedoet en verantwoordelijk is voor zijn of haar leefomgeving, begint ten slotte bij de jeugd. Jong inspireert jong; dat is de bedoeling!’ 

Geen tijd of suf imago
Uit onderzoek, bijeenkomsten met jongeren en uit opgedane ervaringen met de maatschappelijke stage in de afgelopen jaren is gebleken dat jongeren weinig tijd hebben (door school, bijbaantjes, vrienden) om zich vrijwillig in te zetten voor een ander of een maatschappelijk doel. Daarnaast vinden zij dat vrijwilligerswerk vaak niet goed aansluit bij wat ze leuk vinden en waar ze goed in zijn. Het imago van vrijwilligerswerk en maatschappelijk betrokken zijn speelt hierbij ook een rol. Bovendien twijfelen ze of de investering die ze moeten doen wel voldoende oplevert.

jongeren in zoetermeer

Verleiding
Over het algemeen is het motief van jongeren voor het doen van vrijwilligerswerk vooral dat zij het leuk vinden om anderen te helpen en hier een goed gevoel van krijgen. Andere motieven zijn: waardering en respect krijgen, werkervaring opdoen, iets leren en andere mensen leren kennen. Jongeren blijken eerder in verleiding te komen om maatschappelijk betrokken te zijn als het ‘hip’ is en als het aansluit bij wat jongeren kunnen en leuk vinden. Liefst met een vorm van beloning en vooral met een niet te zware verplichting. Jongeren hebben een voorkeur voor korte en projectmatige klussen. Deze informatie, meermalen uit de eerste hand ontvangen door het team van JijDoet, in combinatie met een deelname aan de Zomerschool van het Oranje Fonds, was deze informatie aanleiding voor de ontwikkeling van dit project.

Meer informatie? Neem contact op met Marije Arnouts via m [dot] arnouts [at] stichtingmooi [dot] nl en ga naar www.facebook.com/jijdoet.